Dansende vingers in de wondere wereld van Jaco Van Dormael

Nog voor het fenomeen nanodans van het duo Jaco Van Dormael en Michèle Anne De Mey doorbrak, sprak Michael De Cock hen tijdens de repetitieperiode van hun eerste grote succes Kiss & Cry. Het leverde een verrassend gesprek op met fijne quotes over kunst, de Helaasheid der dingen... en zoveel meer. Vandaag werken Jaco Van Dormael en Michael De Cock samen aan het nieuwe verhaal van KVS. De opvolger, Cold Blood, gaat in het Nederlands in première op 16 september in KVS BOL.

Lees hier het interview:

Cineast Jaco Van Dormael en choreografe Michèle Anne De Mey maken een unieke voorstelling waarin theater, dans en cinema elkaar ontmoeten. Als er al een Belgische cinema bestaat, dan is Jaco Van Dormael ongetwijfeld één van de bekendste en voornaamste vertegenwoordigers. Nog voor de broers Dardenne hun neus aan het venster staken, en nog langer voor de Vlaamse cinema – op een paar uitzonderingen na – de kinderziekten ontgroeide maakte Van Dormael films met internationale klasse en uitstraling. Toto le héros (1991) en Le huitième jour (1996) en ook het veel recentere en sublieme Mr Nobody (2009) zijn er de onomstootbare bewijzen van.

Samen met choreografe en levensgezel Michèle Anne De Mey, ooit nog aan de zijde van Anne Teresa de Keersmaeker en sinds 2005 directrice van Charleroi danses, maakt Van Dormael nu Kiss & Cry. Het betekent voor Van Dormael de terugkeer naar theater, waar alles meer dan twintig jaar geleden begon. Anders dan bij een aantal Vlaamse theatermakers, bij wie camera en projectie voornamelijk gebruikt worden om de intimiteit van de acteur tot in de nok van de schouwburg te brengen is hier een échte cineast aan het werk.

Twee handen spelen de hoofdrol in deze Kiss & Cry. De hand van een man en de hand van een vrouw. Ze spelen, dwalen en dansen in een meticuleus uitgetekende partituur door miniatuurdecors gemaakt met poppenhuizen, speelgoedauto’s, treintjes en miniatuurmannetjes. Op de scène zie je, naast de twee acteurs, tien technici decors aan en afdragen, en op het scherm boven zie je het resultaat: een film waarin vingers en handen een wereld van emoties en herinneringen oproepen. 

"Het verhaal is simpel," legt Van Dormael uit. "Een jong meisje ontmoet op haar twaalfde een jongen op de trein. Ze weet niet meer hoe hij eruit ziet, ze kent zijn naam niet meer. Ze herinnert zich enkel hoe hun twee handen elkaar raakten op de trein. Bij die aanraking begint het verhaal. We vertellen de vijf liefdeshistories die de vrouw in haar leven beleeft. En vijf keer wordt die liefde verteld via de handen."

Het idee voor Kiss & Cry is intussen zo’n zeven jaar oud.
De Mey: Samen met mijn danspartner Gregory Grosjean heb ik bij het gezelschap Transquinquennal onderzocht hoe we theater, dans en cinema konden samenbrengen. We hebben toen een vijftal minuten dans van onze handen gemaakt. Toen Jaco de vraag kreeg van le Manège om een voorstelling te regisseren, wilde hij graag op dat idee verder werken.

Het is verbluffend te zien hoe minutieus jullie vingers en handen door die decors dansen en bewegen. Liggen al die bewegingen vast?
De Mey: Hier en daar is er wel wat ruimte voor variatie. Maar voor het overige is alles op de millimeter uitgeschreven, net zoals dat ook in ballet gebeurt. 
Van Dormael: Ik ken uiteraard het werk van mijn vrouw, maar ik ken de structuur van dans niet. Een jaar lang hebben we elke maand een week gewerkt. Na een tijd is er een verhaal uitgekomen. Het is een liefdesverhaal. Er is een simpele plot, met af en toe korte stukjes die verteld worden. Dat gebeurt in een voice-over. Maar al de rest wordt live op de scène uitgevoerd. Ik vergelijk het graag met een comédie musicale. De plot is uiterst éénvoudig, maar de gevoelens zijn erg uitgewerkt, en daar is het hem om te doen. Op een haast kinderlijke manier hebben we complexe thema’s en gevoelens uitgewerkt. Heel veel van de decors zijn immers met speelgoed gemaakt. Het geeft lichtheid aan thema. 

Wat zegt dat over het onderwerp?
De Mey: Het zorgt ervoor dat iedereen het kan herkennen. En dat het iedereen heel intens en puur kan ontroeren. We zitten niet in de vertelling. Dat procéde sluit ook erg goed aan bij dans. Dans is de kunst van de verbeelding en de beschouwing. De naakte handen transformeren voortdurend: ze worden man, vrouw, sensueel en seksueel… en ze zijn de wereld van de kinderen. Door die abstractie zitten we voor mij in het hart van de dans. Mensen zien twee vingers die wandelen, met elkaar dansen en elkaar liefhebben, tot je je plots weer realiseert dat je naar twee handen zit te kijken. 

U noemt het wel arte povera, maar het is intussen wel een stevig uit de kluiten gewassen productie geworden.
Van Dormael: Het is wel arte povera in de zin dat het een onderzoek is hoe je zonder grote effecten veel kan suggereren. Een brocoli wordt een boom, een grote overstroming organiseer je met een glas water, kerstverlichting doet dienst als sterrenhemel. De lenzen die op de camera’s staan zijn niet bijzonder. Die kan je kopen bij de fotograaf op de hoek. We hebben geïmproviseerd aan de keukentafel met bloem en plasticine. 
De Mey: We hebben geknoeid met het kleine cameraatje dat we hadden staan. Met een zaklamp en een autootje konden we een hele wereld creëren hebben we snel gemerkt. Het gaf ons immense mogelijkheden. Maar het is waar dat het intussen groter geworden is. Eerst wilden we iets maken met twee schoendozen. Intussen worden er al zo’n dertigtal verschillende decors aangesleept, en staat er tien man op de scène. We hebben ons ontzettend uitgeleefd.

Net zoals in uw films is ook in Kiss & Cry de verbeelding aan de macht. Het verhaal wordt niet lineair verteld en heel vaak bouwt u het verhaal associatief op.
Van Dormael: Ik hou niet van cinema die de realiteit tracht weer te geven. Dat begint mij al snel te vervelen. Wat is dat bovendien? De realiteit? Muzikanten, schilders, toneelschrijvers, filmmakers… volgens mij beschrijven ze een hypothese van de werkelijkheid, maar niet de werkelijkheid zelf. De realiteit is voor iedereen anders. Van de ruimte of de tijd die ons omringt weten we nauwelijks iets. Het is mij om de waarheid van het gevoel te doen, en niet om de waarheid van het reële. Datgene wat men ziet met de ogen, of hoort met de oren wordt doorgaans realiteit genoemd. Maar voor een vlinder of een hond is die realiteit gans anders. Maar zeker zijn we niet. Dat is voor mij het interessante aan filmmaken. Dat je die perceptie opnieuw creëert. Dat is mijn wereld. En zo gebruik ik ook mijn camera.

Kunt u dat eens uitleggen?
Van Dormael: Eigenlijk kan je op twee manieren filmen. Je kunt, zoals de gebroeders Lumière suggereren dat wat je filmt ook écht is. Dan kom je bij een soort realisme uit. Ze filmden een trein die het station binnenreed, en de code was: jullie mogen geloven dat dit echt is.  Zoals bijvoorbeeld ook de gebroeders Dardenne filmen. Of je kunt filmen zoals die andere filmpionier Georges Méliès, hij wilde niet suggereren dat zijn films echt waren. Hij begon met de premisse: wat je ziet is vals. Maar het gevoel, de sensatie van dat valse is misschien échter dan wat écht lijkt… begrijp je? De emotie die gegenereerd wordt, daar is het mij om te doen.’ Het is interessant om film te maken die niet waar lijkt, maar het wel is. Het gaat over echte gevoelens. Echte mensen. Alleen is wat je te zien krijgt niet wat je in het échte leven te zien krijgt.

Zoals veel van uw voorstellingen vertrekt ook dit verhaal van herinneringen. Wat hebt u daarmee?
Van Dormael: Herinnering is een montage van de werkelijkheid. Een montage die je leven zin geeft en je keuze’s in het leven bepaald. Ons geheugen, onze geest geeft zin aan de herinnering, en ordent ze, en speelt er vals mee. Onze herinnering kan juist of fout zijn, maar eigenlijk doet dat er niet toe. Ze is wat ze is. Wat onthoud je? Wat niet?  Ik ben niet echt een nostalgicus. Maar ik gebruik de logica van de droom en de herinnering om verhalen te vertellen. Een beetje zoals Federico Fellini. 

Voelt u zich schatplichtig aan Fellini?
Van Dormael: Uiteraad. Hij is mijn grote voorbeeld. Het lijkt dat hij soms chaotische films maakte maar daar is niets van waar. Amarcord, betekent overigens ik herinner mij… in het dialect. Het lijkt op elkaar gegooide herinnering maar de structuur is er één in drie acts. Zoals Aristoteles het al voorschreef. Alleen heeft Fellini het door elkaar verweven. Het is exact dezelfde vertelstructuur die ik gebruikt heb voor Toto.

Er lagen dertien jaar tussen le huitième jour en Mr. Nobody… hoe komt dat?
Omdat ik intussen geleefd heb. Het enige kapitaal dat ik heb in dit leven, zijn de jaren die ik gekregen heb. Niet het aantal films dat ik heb gemaakt of zal maken. Ik heb het laatste decennium vooral geleefd, en mijn kinderen opgevoed. Met mijn ‘carrière’ ben ik niet bezig. Elke film die ik maak beschouw ik als de eerste en de laatste die ik ooit zal draaien.
En nu we het toch over cinema hebben, volgt u de boom in de Vlaamse cinema?
Van Dormael: Natuurlijk. Ik kreeg een shock toen ik de Helaasheid der dingen zag. Het is met voorsprong de mooiste film die ik vorig jaar gezien heb. 

Waarom?
Van Dormael: Putain, c'est beau! Zo vol liefde. Zo vol chaos. Haast Shakespeareiaans wat dat betreft. De personages zijn onuitstaanbaar en verrukkelijk tegelijkertijd. Ze doen alle dingen die je niet zou willen dat ze doen, en toch hou je van ze. Misschien is dat misschien wel eigen aan de Belgische film: dat we erin slagen modellen te tonen, door het antimodel in beeld te brengen. Zo wordt het leven rijker verteld. Het veld van mogelijkheden wordt uitgebreid. De film zegt ook: kijk, zo is ook deze film over een mogelijk leven. Zoals ik werkte met mensen met trisomie, voor Le huitième jour, en voor een aantal kortfilms. Maar om nog eens over De helaasheid te hebben, wat een scenario, en wat een acteurs. Daar word ik helemaal lyrisch van.

Mons - 2011 - Michael De Cock