'Badke' in Palestina

Focus

'Badke', de dansvoorstelling met 10 Palestijnse dansers, is het voorlopige eindpunt van een lang traject dat  KVS met jonge Palestijnse podiumkunstenaars afgelegd heeft. Na een eerste tournee in België, Zwitserland en Nederland speelde de voorstelling eind april ook in Palestina en Israël.  Zoals wel vaker bij een thuismatch, ging deze speelreeks met net iets meer verhalen en emoties gepaard…

Op 23 april speelden we in Nazareth, de stad waar de kleine Palestijn Jezus opgroeide, nu een van de grootste Arabische steden in Israël. Op 26 april ging het naar de Palestinian National Theatre in Jeruzalem, een dure naam voor deze hangar die geen staat mag vertegenwoordigen, en al helemaal niet in Jeruzalem dat de Palestijnen weliswaar als hoofdstad blijven ambiëren, maar waar de Israëlische overheid er alles aan doet om Palestijn na Palestijn weg te krijgen. Op 29 april tenslotte speelden we in Ramallah, de feitelijke hoofdstad op de Westelijke Jordaanoever, in het somptueuze Ramallah Cultural Palace. Van S over M naar XL.

Er hing nogal wat spanning rond deze toernee. Zou iedereen die dat nodig had een permit krijgen van de Israëli's om in Nazareth en Jeruzalem te spelen? Zou het lukken om Atta die in augustus 2013 gekwetst uit de voorstelling stapte, opnieuw te integreren naast zijn vervanger, en voor de gelegenheid met z'n elven te dansen? Zou het publiek kunnen smaken wat er met hun erfgoed gebeurt? Zouden de identitaire krachten zich niet roeren, die vinden dat enkel zij de hoeders van de ware dans van het volk zijn? Of erger nog: fundamentalistische krachten die zowat elke vorm van cultuur afwijzen als uiting van Westerse decadentie? Vrienden hadden op voorhand gewaarschuwd: de live streaming vanuit Amsterdam had de gemoederen al verhit. En in Palestina moet er naar het volk geluisterd worden.

De permits kwamen voor iedereen behalve Selma. Verbijstering alom. Dit was hetzelfde scenario als twee jaar eerder met de theaterproductie Keffiyeh/Made in China;  van de vijf Westbankers kreeg toen iedereen een permit behalve één. Toen had dat enige logica omdat de man in kwestie in de gevangenis gezeten had tijdens de eerste Intifada. Maar Selma? Selma heeft nog nooit een steen aangeraakt. Zou het dan toch waar zijn dat dit een strategie is van Israël om ervoor te zorgen dat cultuurproducten van de Westbank altijd gebrekkig ten tonele verschijnen in Israël? Zodat het inferieure van de Westbank gegarandeerd blijft, ook ten aanzien van Palestijnse Israëli's, die dan verder en verder afstand nemen van hun broeders op de Westbank? Twee jaar eerder leidde het niet afleveren van een permit tot vervanging door een Palestijnse Israëli, een ongelukkige vervanging waarmee aan het eind niemand blij was. Die les hadden we al geleerd. De Westbankers overtuigden ons dat Selma moest binnengesmokkeld worden. We dachten dat ze daar zelf wel hun methodes voor hadden - wij hadden Infiltrators gezien, tijdens het Eye on Palestine - festival, van de Palestijnse kunstenaar Khaled Jarrar die toont hoe Palestijnen om vele verschillende redenen de Muur 'oversteken'. Uiteindelijk bleek dat we het zelf zouden moeten doen. Tot tweemaal toe.

Atta is om vele redenen onze joker. Atta is de reïncarnatie van de dabke, de Palstijnse volksdans die het basismateriaal vorm van Badke. Zijn vader was bij de oprichters van El Funoun, het traditionele dansgezelschap uit Ramallah, en splitste zich af toen dat gezelschap in zijn ogen te avontuurlijk werd. Atta danst desondanks zelf bij el Funoun en heeft een reputatie van gedegenheid en authenticiteit. Hij is vooral een goeie danser die ondanks zijn imposante gestalte in de lucht kan zweven en de ruimte kan splijten. Zijn présence is indrukwekkend. Dat net Atta de productie moest verlaten met een kwetsuur aan de meniscus was bijzonder jammer; hij werd geopereerd in UZ Jette op de dag van de première in Brussel en zag vervolgens hoe de enige Palestijnse balletdanser, Ayman Safiyeh, het leeuwendeel van zijn 'rol' overnam. In Palestina zou Atta weer meedansen, samen met Ayman. Daartoe waren twee repetitiedagen uitgetrokken in de Ramallah Cultural Palace. Atta is ook onze verdediging op de traditionele flank. Hij zal ons beschermen tegen aanvallen uit die hoek.
In Nazareth is de scène sowieso te klein voor de productie, slechts 9 meter diep op 11 breed. Atta vult in zijn eentje de  scène. Tijdens wat wij 'flying Selma' noemen, vliegt Maali van het podium af na een achterwaartse salto. Die is gelukkig wel wat gewend dankzij zijn ervaring met parcours, de discipline waarbij dansers acrobatische toeren uithalen in de openbare ruimte,  op muurtjes, hekken, daken. Voor Atta is Badke duidelijk een vervloekt verhaal: de dag voor de voorstelling in Jeruzalem raakt hij betrokken in een auto-ongeval en kan, verkrampt van terugslag, niet meedansen. Tegen Ramallah heeft Abed, de lokale ostheopaat, hem weer voldoende op de been om hem toe te laten iets anders van zichzelf te laten zien dan wat mensen gewend zijn. Zijn companen scanderen zijn naam, tot vervelens toe.

Nog voor we in Palestina aankwamen stelde zich de vraag van de censuur. De voorstelling tonen zoals ze in Europa gemaakt was, zou de Palestijnen tegen de haren in kunnen strijken. Een aantal van de dansers hadden er bij Farah al op aangedrongen om het duet met Selma te wijzigen. Daarin grijpt Farah naar haar borsten en glijden haar handen tussen haar benen. Bovendien schurkt ze nogal dicht tegen Selma aan. Dat zou nogal wat mensen op het verkeerde been zetten. Het laatste wat we willen is dat de hele voorstelling in de vuilbak wordt gekieperd omwille van zo'n details.

(Zelf)censuur is een gevoelige kwestie. We rekenen ermee af in verschillende etappes. Ziad Khalaf, de charismatische directeur van A.M.Qattan Foundation, onze partner in Ramallah, geeft ons een aantal voorbeelden van waar religieus dogmatisme toe leidt. In Galillea werd na protest een filmvoorstelling afgelast van het lijdensverhaal van Christus omdat het gebaseerd was op het evangelie volgens Lucas, dat in strijd zou zijn met de Koran. Elders werd een gemengde wandeling van mannen en vrouwen in de bijbelse natuur verhinderd. Voor Ziad zijn het droeve toonbeelden van een samenleving die op zichzelf terugplooit, allicht ook gevoed door wat zich in de buurlanden afspeelt, o.m. in Syrië of Egypte. De aanhangers van de seculiere staat kijken met lede ogen aan hoe religieus fanatisme steeds meer greep krijgt op het dagelijkse leven. Tussen de regels lezen wij dat hij geen voorstander is van preventieve zelfcensuur.
Hierdoor gesterkt voeren we het gesprek onder elkaar: Koen Augustijnen, Hildegard De Vuyst, Rosalba Torres Guerrero, Farah Saleh. Om uit te maken hoe we hier mee omgaan ten overstaan van de hele groep. Vinden we een gezamenlijke strategie? Gooien we het in de groep? Het is al snel duidelijk dat wie de deur openzet voor (zelf)censuur weet waar het begint, maar niet waar het eindigt. Wie kan/mag uitmaken wat door de beugel kan en wat niet, wat aanstootgevend is en wat niet. Wat voor de een seksueel geconnoteerd is, is voor de ander onschuldig en vice versa. Waar trek je de lijn? En in hoofde van wie? Rosalba Torres heeft Nymphomaniac gezien van Lars von Trier en vertelt over de scène waarin Charlotte Gainsbourg op aanraden van haar therapeut alles uit huis moet verwijderen wat haar seksueel opwindt. Ze begint met alles wat ook maar enigszins fallisch van vorm is, maar uiteindelijk moet alles buiten. Tafelhoeken, armleuningen, radiatorknoppen, alles heeft potentie voor wie seksueel geobsedeerd is.  
Dat helpt om een consensus te bouwen: we gooien er zelf niets uit om de simpele reden dat als je daar aan begint, het einde zoek is. Elke danser kan individueel aangeven wat hem niet lekker zit, dan kunnen we samen kijken in welke richting dingen kunnen veranderen. Maar we gaan de sociale druk binnen de groep niet reproduceren en dus komt er geen gezamenlijk gesprek. Farah houdt haar handen net onder haar boezem in het duet met Selma,  een intieme uitwisseling van informatie tussen een moeder en een dochter over zwangerschap en geboorte. Wie iets anders ziet, moet een therapeut raadplegen.

Het Belgisch Consulaat maakt van Badke in Jeruzalem gebruik om de Palestijnse instellingen in Jeruzalem te verstevigen. Een berekend risico want niemand heeft op voorhand de voorstelling gezien. Bovendien staat consul Jan De Pauw erop dat vrienden en personeel van A.M.Qattan Foundation massaal permits aanvragen om de voorstelling annex receptie in Jeruzalem te kunnen bijwonen. Het Palestinian National Theatre is aan een zoveelste reanimatiepoging toe, met de aimabele Amer Khalil als artistiek leider. Maar dat neemt niet weg dat het culturele leven in Oost-Jeruzalem, grofweg het Arabische deel van de stad, op sterven na dood is. Dat valt er op 26 april  niet aan te zien. De zaal genoemd naar de betreurde François Abu Salem die nog een deel van het Palestijnse traject met ons meegelopen heeft, zit op het aangekondigde aanvangsuur al stampvol. Tot lang na aanvang blijft het publiek binnenstromen via het balkon, om aan het eind als één man recht te veren,  het diplomatiek corps, jonge Jeruzalemmers, Vlaamse toeristen, Qattan-personeel dat in 10 jaar niet in Jeruzalem geweest is, alles dooreen meegesleept door de energie van 10 dansers. Atta komt mee groeten. Het mooiste compliment achteraf komt van een gesluierde dame: 'I want my daughters to be like them'.

Tussen Jeruzalem en Ramallah voegen zich nog een aantal internationale gasten bij ons: Sandro Lunin van Zürcher Theater Spektakel, tevens coproducent van Badke, Anja Dirks van Theaterformen en haar opvolgster Martine Dennewald, nu nog Mousonturm in Frankfurt, Karolina Ochab en Joanna Nuckowska van Nowy Theatr in Warshau, Natasa Zavolovsek uit Ljubljana. Het zijn enkele leden van Shared Spaces, waar ook KVS en A.M. Qattan Foundation deel van uitmaken, een netwerk dat zich wil verhouden tot het globale zonder de geijkte paden van de globalisering te volgen. In Hebron hebben we o.a. een ontmoeting met PAN, het Palestinian Performing Arts Network, waarmee van gedachten gewisseld wordt over zin en onzin van netwerking en institutionalisering. In Hebron realizeren we ons opnieuw scherp de mate waarin Palestijnse podiumkunstenaars  elke dag opnieuw voor cultuur moeten vechten,  elke dag opnieuw waardigheid aan de dag leggen in onwaardige omstandigheden. We zijn blij dat we daar met Badke en de hele onderneming in Palestina een klein steentje hebben mogen toe bijdragen.

Hildegard De Vuyst