Kinderspel

Jaco Van Dormael is wereldklasse, zowel in film als in theater. Samen met Michèle Anne De Mey maakte Van Dormael, na Kiss & Cry, nu Cold Blood. Een knaller van een seizoensopener.

Gaf het mondiaal succes van Kiss & Cry veel stress voor opvolger Cold Blood?
Eigenlijk niet. Tijdens de tour van Kiss & Cry maakten we ons vaak de bedenking dat er zo veel dingen waren die we nog niet hadden gedaan in het medium dat we uitgevonden hadden. We hebben met Kiss & Cry 260 voorstellingen gespeeld in negen talen. En hoe meer we speelden, hoe meer we ons realiseerden dat we eigenlijk nog maar aan het begin van iets stonden. De nieuwe ideeën en de verlangens stapelden zich al snel op.
 
Hoe zijn jullie voor Cold Blood aan de slag gegaan?
Beide voorstellingen zijn met precies dezelfde ploeg gemaakt, en met dezelfde methode. Toch zijn ze erg verschillend van elkaar. De decors in Cold Blood zijn veel realistischer dan die van Kiss & Cry, maar het verhaal is veel beschouwender geworden. Bijna als een hypnose.

Tijdens de repetities lijkt het alsof jullie geen vast plan hebben en spelenderwijs wat aanmodderen. Is dat écht zo? Of hebben jullie stiekem van alles achter de hand?
Ons werkproces is net het tegendeel van een filmproces. Dit is écht een collectief werk. We doen eindeloos veel improvisaties, we vinden situaties en scènes uit, zonder synopsis of scenario. Zonder goed te weten waar we naartoe zullen gaan. Dat is heel bevrijdend. We spelen als kinderen. Langzaam maar zeker zien we flarden van het verhaal opduiken. En pas op het eind bedenken we een scenario.
 
Zou een derde voorstelling denkbaar zijn? Of heeft de nanodans zijn limiet bereikt?
Maak je geen zorgen. We zijn er intussen zeker van: het is eindeloos.