Samen is het mogelijk

In juli nam regisseur en socioloog Frédérique Lecomte een groep theaterstudenten en Belgische acteurs mee naar Goma. Ze ontmoetten er kindsoldaten en maakten kennis met haar krachtige en bijzondere theatermethode Théâtre et Réconciliation. Uit die ontmoeting ontstond Vita Siyo Muchezo Ya Watoto (Oorlog is geen kinderspel), een cathartische voorstelling, die zich afspeelt tussen Congo en België. De individuele lotgevallen die worden uitgewisseld, weerspiegelen de ondraaglijke broosheid van de wereld.


Sinds de jaren negentig voert u theaterstukken op in conflictgebieden in Congo, Rwanda en Burundi. Wat heeft u ertoe aangezet om voor het eerst een groep Belgische acteurs mee te nemen?

Vijf jaar geleden maakte ik in Congo een ontzettend krachtige theatervoorstelling met kindsoldaten. In een eerste reflex wilde ik hen naar België brengen, maar toen realiseerde ik me dat er geen enkele kans was dat deze kinderen, die geen inkomen hadden en zogezegd "gevaarlijk" waren, een visum zouden krijgen. En dus koos ik ervoor om samen met een aantal Belgische acteurs het omgekeerde te doen: wij zouden naar Congo gaan en daar spelen. Het idee begon te rijpen om eerst in Congo samen te werken met kindsoldaten, en vervolgens in België met asielzoekers. Ver van elkaar kampen deze bevolkingsgroepen met dezelfde problemen. Ginder zijn de kinderen het slachtoffer van de wapenhandel en de exploitatie van de rijkdommen van het land, terwijl hier onder het kapitalisme mensen in armoede leven.

U streeft met uw methode naar verzoening tussen mensen door middel van het theater. Kunnen we Vita Siyo Muchezo Ya Watoto beschouwen als een poging om het Noorden en het Zuiden met elkaar te verzoenen?

Het eerste en het laatste wat we in deze voorstelling zien, is hoe menselijk de deelnemers op het podium met elkaar omgaan. Waar ze ook vandaan komen, uit het Noorden of het Zuiden, of ze nu rijk, arm, Vlaming of Waal zijn, of ze nu Frans spreken, papieren hebben of niet, wel of geen intellectueel zijn. De grote samenkomst op het podium geeft een beetje hoop op een mogelijke gemeenschappelijke menselijkheid. De asielzoekers brengen problemen mee die verband houden met hun statuut, terwijl de Belgen, al zijn het dan professionele acteurs, zich afvragen wat het Westen toch in Afrika te zoeken heeft. Hoe gaan ze dat spelen, en hebben ze wel het recht om dat te spelen? Doorheen al deze verhalen snijden we thema’s aan zoals het exotisme, de representatieproblematiek, de individuele en internationale hulp, de problematiek van de diefstal van rijkdommen, van emigratie en vluchtelingen.

De Belgische première van de voorstelling heeft plaats in de KVS, maar uw theater heeft de gewoonte om zowel binnen organisaties te spelen als op alternatieve locaties.

Voor mij is het belangrijk dat we elk publiek kunnen bereiken. Ik wil geen deel uitmaken van het mainstream theatercircuit. De voorstelling speelt zowel in openlucht als in zalen, en een deel van de enscenering en de regie gebeurt live. Spelen in de KVS is een symbolische erkenning die me plezier doet, maar in principe blijft het werk hetzelfde; ik zorg niet voor mooie belichting en decors omdat ik me in een prestigieuze zaal bevind. Zoals steeds bewaar ik het ruwe karakter. Less is more. Hoe minder ik erin steek, hoe beter.

Vandaag werken steeds meer regisseurs rechtstreeks met de bevolkingsgroepen waar ze mee willen spreken. Ze werken niet meer rond, maar met hen. Deze visie ligt aan de basis van uw theater.

Ik vertrek van het principe dat men de verhalen van mensen niet mag stelen, men moet ze respecteren. In mijn voorstellingen speelt nooit iemand de rol van iemand anders. Over de kindsoldaten in deze voorstelling hebben we ons veel vragen gesteld, aangezien het onmogelijk was om hen naar Brussel te laten komen. Hebben we het recht om in hun naam te spreken? En wat vertellen we dan? Wat de acteurs op het podium betreft: ieder speelt zijn eigen rol, maar dat kan wel op een andere, karikaturale manier gebeuren. De acteur neemt op verschillende manieren afstand van zichzelf. Dat is een heel Brechtiaanse manier van werken.

Uw methode Théâtre et Réconciliation - die wordt toegepast in conflictzones, maar ook hier in België bij ontheemde mensen en psychiatrische patiënten - wordt vaak als ‘therapeutisch’ bestempeld. Ziet u dat ook zo?

Ja, dat zeggen ze wel eens over mij, maar ik maak in de eerste plaats theater. Er is wel een therapeutisch en verzoenend aspect dat in werking treedt omdat ik met kwetsbare en conflictueuze groepen werk. Het gebeurt bijvoorbeeld dat ik kindsoldaten samenbreng met meisjes die het slachtoffer werden van verkrachting. Het theater dient dan in zekere zin als een veilige ruimte waarbinnen men het verhaal van de ander kan aanvaarden. Ik zet mensen niet op de sofa, ik interpreteer. Ik schuur met mijn onderbewuste tegen het onderbewuste van de ander. Ik breng in beeld wat ik bij die ander zie. Dat is een instinctievere aanpak. Ik zou eerder zeggen dat ik magisch handel, dan dat ik echt therapeutisch werk.

Uw theater is triest noch pathetisch, het is opgewekt en zelfs lichtvoetig. Is dat omdat u niet met een bepaalde blik kijkt naar de mensen met wie u werkt?

Ik werk met mensen die zich soms in zo’n grote moeilijkheden bevinden, in afschuwelijke omstandigheden, met een vreselijk, traumatiserend verleden van verkrachting, misdaad enzovoort. Die pijnlijke dingen ga ik niet nog eens naar bovenhalen om een voorstelling te maken die nuttig is voor mij. Alle scènes moeten een stimulans zijn voor de acteurs, niet voor mij. Als een scène gaat over een trauma, dan is dat enkel en alleen met de bedoeling om het vanuit een andere hoek te bekijken. Die lichte manier van werken vind ik belangrijk omdat ik bovenop dit lijden geen voorstelling wil maken die traag of te ernstig is.

Is dat misschien omdat er uit al deze sombere verhalen een sprankeltje hoop klinkt?

Natuurlijk. Het licht bevindt zich op het podium. Want ze zijn daar, samen, en ze hebben al een deel van hun conflict en hun neerslachtigheid opgelost. Als ze samen zijn, dan is dat omdat het kan.

Ligt aan de basis van uw methode een persoonlijke verzoening door het theater?

Dat is wat ik mezelf graag vertel, maar eigenlijk weet ik niet of het wel klopt. Het theater heeft het leven van veel mensen gered. Dat is bij mij niet het geval, want ik was niet in gevaar - maar het staat vast dat ik dankzij het theater ben opengebloeid. Ik dacht dat als het voor mij werkt, het voor vele anderen ook moet werken. Die gedachte heb ik opengetrokken naar de meer algemene verzoening tussen (etnische) groepen. Die rode draad werd bevestigd in de praktijk, maar het was nooit een bewust uitgewerkt plan. Ik spreek liever over een levensweg vol bepalende momenten.


KVS-redactie