© Danny Willems

Metamorphoses

Een exemplaar van Ovidius’ Metamorfosen in een Brusselse boekenwinkel werd het begin van een artistieke samenwerking tussen theatermakers Manuela Infante (MI) en Michael De Cock (MDC). Stadsdramaturge Kristin Rogghe (KR) sprak met hen tijdens de eerste repetitieweek van hun Metamorphoses.

In Ovidius’ Metamorfosen zie ik twee elementen samenkomen die belangrijk zijn in mijn werk: het niet-menselijke en feminisme.

Jullie nemen Ovidius’ Metamorfosen als uitgangspunt voor jullie eerste samenwerking. Wat trekt jullie aan in die oeroude tekst? 

(MI): Mijn recentste theaterwerk vertrok steeds vanuit de fascinatie voor het niet-menselijke en het onmenselijke en de uitvinding van dergelijke opdeling. In Ovidius’ Metamorfosen zie ik twee elementen samenkomen die belangrijk zijn in mijn werk: het niet-menselijke en feminisme. Ik stel me dus de vraag hoe ik niet-antropocentrisch theater kan maken, hoe ik het niet-menselijke kan benaderen vanuit theater. Dat roept meteen de politieke vraag op: hoe kan je de ander representeren? Kan je spreken voor anderen? Ik zoek theatrale strategieën om met die complexe vragen om te gaan. Voor Estado Vegetal verdiepte ik me in planten. Planten spelen niet alleen de hoofdrol in het verhaal, het stuk is eerder plantaardig: planten bepalen ook de narratieve structuur van het stuk. De niet-hiërarchische manier waarop de plantenwereld zich organiseert, stond model voor de manier waarop ik mijn stuk in elkaar stak. En je kan hier nog verder in gaan: wat als we onze maatschappij, of de staat - ‘Estado’ -, gaan herdenken naar het organisatiemodel van planten? In de niet-menselijke veruiterlijking en het niet-menselijke dat binnen in ons onderdrukt wordt, vind ik alternatieve modellen voor de toekomst. En inspiratie om het schrijven en theatermaken te innoveren.

Michael De Cock zag Estado Vegetal op het theaterfestival Santiago A Mil in Chile en nodigde me uit in KVS. Op een dag liepen we samen door Brussel en wees hij me op de Metamorfosen van Ovidius in de etalage van een boekenwinkel. Ik weet niet of het met voorbedachten rade was … Michael is dol op dat boek en heeft er al eerder mee gewerkt. Ik herontdekte het als een geweldige bundeling verhalen waarin de grenzen tussen het menselijke en het niet-menselijke op het spel worden gezet. Want dat is wat er gebeurt in de Metamorfosen: personages transformeren in een boom, rivier, dier, steen, ... Tegelijk viel me op hoeveel geweld er in die verhalen school, en dan vooral geweld tegen vrouwen. Ze worden verkracht, de tong afgehakt … En hun transformatie in een niet-menselijke vorm is vaak eerder een straf dan een redding. In Ovidius’ Metamorfosen zag ik dus twee elementen samenkomen die belangrijk zijn in mijn werk: het niet-menselijke en feminisme. 

(MDC): In de Metamorfosen vonden we een gedeelde fascinatie. Ik hou van de klassieke literatuur uit de Oudheid. Zoals zovelen ben ik erdoor gevormd. Ik hou van de wilde verbeelding in die verhalen. Het is een bezielde wereld, niet binair of rechtlijnig. Ik vind het heel confronterend om de Metamorfosen vandaag te lezen vanuit een genderperspectief. Dan zie je dat alleen al in het eerste boek drie verhalen voorkomen rond verkrachting of aanranding: Daphne en Apollo, Zeus en Io, Pan en Syrinx. Ik ken dat boek al van jongs af aan, maar ik had het nooit zo gelezen. De metamorfosen die de vrouwelijke personages ondergaan, leken een manier om hen te beschermen tegen erger. Maar je kan het ook zien als een manier om hen het zwijgen op te leggen, om hen hun agency te ontnemen. Neem nu Daphne die niet wil ingaan op de avances van Apollo. Om te ontsnappen aan zijn achtervolging vraagt ze haar vader om haar schoonheid weg te nemen, en hij verandert haar in een laurierboom. Iets gelijkaardigs overkomt Syrinx, die op de vlucht is voor Pan en in riet wordt veranderd – waarvan hij dan de panfluit maakt. Het leest als een sprookje, je hebt nauwelijks door dat het om verkrachting gaat. Doorheen de kunstgeschiedenis zijn die mythes ook talloze keren afgebeeld, en talloze keren werd die misogynie gereproduceerd in Grote Kunst, zonder dat daar veel vragen bij werden gesteld. 

Ik geloof dat we momenteel uitzonderlijke tijden meemaken, in de strijd voor gendergelijkheid. Aan de ene kant heb je natuurlijk patriarchale macho-figuren als Trump, maar aan de andere kant zijn bewegingen als #metoo sterker dan ooit. Waardoor praktijken die tientallen jaren als ‘normaal’ doorgingen, nu ter discussie staan of niet meer mogelijk zijn. Ook in de theaterwereld ervaar ik een echte omwenteling.

Dekoloniaal feminisme is erg belangrijk. Het besef dat de heersende visie op wie mens is en wie niet, een Europees en wit idee is.

Wat betekent feminisme voor elk van jullie? En heeft dat iets te maken met jullie culturele achtergrond?

MI: Voor mij betekent feminisme: actief bijdragen aan het beëindigen van een tijdperk dat draait rond de uitbuiting van anderen – niet alleen van vrouwen, maar van allerlei vormen van ‘andersheid’. Feminisme wil het paradigma veranderen, weg van het paradigma waarin we andersheid creëren om die anderen vervolgens te kunnen uitbuiten. De massale volksopstand die we momenteel in Chili meemaken tegen het extreme kapitalisme, werd geboren uit de feministische beweging.

Mijn begrip van feminisme evolueert elke dag, want het is een breed onderwerp en er zijn verschillende posities en insteken. Dekoloniaal feminisme is erg belangrijk. Het besef dat de heersende visie op wie mens is en wie niet, een Europees en wit idee is. Om dit idee te creëren werden hele groepen mensen als het ware verbannen uit het domein van het menselijke. En om dat idee in stand te houden moest het doorheen de geschiedenis telkens herhaald en bekrachtigd worden, ook in de kunst. Dat is de policing waarover filosofe Rosi Braidotti het heeft. De grens van wat we als menselijk beschouwen, is een constructie die voortdurend bewaakt moet worden. De Metamorfosen, waarin vrouwen afgebeeld worden als figuren die ofwel verkracht worden ofwel verbannen uit het menselijke - en soms allebei -, dragen ook bij aan de constructie van die grens. Met mijn bewerking wil ik morrelen aan die grens en hoe die vandaag nog steeds in stand gehouden wordt, ook door de westerse kunstgeschiedenis. Want kolonisatie is de wereld nog niet uit, dezelfde processen werken nog steeds door, neokolonialisme is overal. Mijn ‘morrelen’ aan deze klassieke tekst, vanuit het perspectief van de ‘banneling’, kan je binnen een nieuwe dekolonisatiepraktijk inschrijven. 

We hebben dit nieuwe perspectief nodig, want aan de andere kant is er de alt right-beweging die zich beroept op auteurs uit de klassieke oudheid om hun reactionaire gedachtengoed online te propageren. In haar boek Not All Dead White Men focust auteur Donna Zuckerberg – zus van – op alt right-communities die strijden tegen feminisme omdat ze daarin een bedreiging zien voor ‘onze’ eeuwenoude beschaving. Ze maken daarbij volop gebruik en misbruik van auteurs als Marcus Aurelius of Ovidius om hun seksistische en misogyne wereldbeeld kracht bij te zetten.

Wat doe je met een repertoire dat op vele vlakken problematisch is? Moet je het allemaal weggooien? Of probeer je het op een of andere manier terug te claimen?

MDC: Wat doe je met een repertoire dat op vele vlakken problematisch is? Moet je het allemaal weggooien? Of probeer je het op een of andere manier terug te claimen? De vraag stelt zich elke keer als we in het theater met het Griekse of Latijnse erfgoed aan de slag gaan. Sommigen vinden dat het genoeg is geweest, en tijd is voor iets anders. Ik vind het boeiend en belangrijk om de oude teksten met nieuwe perspectieven te confronteren. Nu ja, nieuw – het feminisme gaat al enkele decennia mee, maar tegenover de 2000 jaar oude tekst van Ovidius is het relatief nieuw.

Wat betekent feminisme voor jou, Michael?

MDC: VUB-rector Caroline Pauwels heeft me geleerd dat het niet gaat om ‘gelijkheid’ maar om ‘gelijkwaardigheid’ tussen de geslachten. We zijn niet hetzelfde, maar we zijn gelijk in waarde. Er is op dat vlak veel in beweging vandaag. Ik word er ook mee geconfronteerd als ik mijn dochters zie. De nieuwe generatie gaat daar anders mee om, veel bewuster. We dachten dat we in de jaren ’70 al ver waren geraakt, maar eigenlijk zijn we er nog lang niet. Ook in werkcontext zie ik de veranderingen bijna elke dag. Hoe we omgaan met auteurschap en autoriteit in de theaterwereld, dat is sterk aan het veranderen. Er is een revolutie bezig in de hele samenleving.

MI: We zien veranderingen, maar ook tegenreacties. Het is een strijd met heel veel backlash.

MDC: Dat is waar. Statistieken tonen aan dat gendergeweld stijgt in plaats van daalt. 

Dit is jullie eerste artistieke samenwerking. Hoe loopt dat?

MDC: Ik schrijf, Manuela regisseert. We hebben veel gesprekken en Manuela voedt me met allerlei perspectieven op het materiaal. Ik schrijf gaandeweg nieuwe scènes en ben aangenaam verrast om te zien wat zij daar allemaal mee doet, samen met de acteurs en de muzikant. 

MI: Ik ben niet gewoon om met een andere auteur te werken. Normaal gezien schrijf ik de tekst van mijn voorstellingen terwijl ik ze maak met de spelers. Ik krijg veel ideeën door te werken met de creativiteit van de acteurs. Schrijven is voor mij vooral een kwestie van structuur aanbrengen in het materiaal dat tijdens de repetities ontstaat. In de samenwerking met Michael vinden we gaandeweg een nieuwe methode uit. Het is voor mij niet zo strak afgelijnd wie wat doet. 

Wat zal er te zien zijn op het podium?

MI: We hebben net drie acteurs gecast. Jurgen Delnaet is een man van tegen de 50 jaar, Luna De Boos en Hannah Berrada studeren beiden nog aan de kunsthumaniora. Op een bepaald moment werden we ons bewust van de leeftijdskloof tussen de vrouwelijke en de mannelijke personages in de Metamorfosen, tussen de nimfen of jonge meisjes en de goden of oudere mannen. We dachten: wat als we dat gewoon zo casten? Alleen al door die profielen naast elkaar te zetten op een podium, voel je een spanning. Een hele geschiedenis van machtsverhoudingen in de genderrelaties wordt zichtbaar in één oogopslag. 
Eigenlijk wilden we maar één man en één meisje. Maar er kwamen teveel talentvolle meisjes naar de auditie (lacht). Luna is actrice en Hannah speelt daarnaast ook cello. Het is een onverwachte meevaller om met haar instrument te kunnen experimenteren als extra speler.

Muziek en geluid zullen een bepalende rol spelen in deze voorstelling. Wat kunnen jullie ons daar al over vertellen?

MDC: Ovidius schreef zijn Metamorfosen als een gedicht, dus met veel aandacht voor de muzikaliteit van de tekst en niet enkel voor de betekenis.

MI: Het geluid is het belangrijkste medium van deze voorstelling. Samen met muzikant Diego Noguera werk ik met de stemmen van de acteurs. We beschouwen hun stemmen niet enkel als drager van woorden en betekenis, maar vooral als autonoom geluidsmateriaal waarmee we volop experimenteren. Wat als de stem wordt losgekoppeld van het lichaam? In de Metamorfosen speelt die dislocatie van de stem een intrigerende rol. Personages transformeren bijvoorbeeld in een rivier of in een koe of wat dan ook, en als ze proberen te spreken horen ze een vreemd geluid. Ze herkennen zich niet meer in hun eigen stem. De dislocatie van de stem doorprikt het idee van identiteit als een vaststaand, gesloten concept. Het haalt de hiërarchie tussen de dingen onderuit. De stem wordt een kracht op zichzelf.

MDC: Het werken met stemmen sluit ook aan bij de vragen die we ons stellen: wie komt aan het woord, wie wordt het zwijgen opgelegd? Kunnen we spreken voor iemand anders, kunnen we een stem geven aan wie er geen heeft?

MI: Of: kunnen we een stem geven aan wie een taal heeft die wij niet begrijpen? Het doet me denken aan wat filosoof Walter Benjamin zegt over imitatie: iemand anders willen zijn met je eigen lichaam. Dat is wat we in het theater doen: ons inbeelden wat het is om iets of iemand anders te zijn. Theater dient voor mij niet om een boodschap te verkondigen of om kritiek te formuleren. Het is een lichamelijke oefening om de positie van anderen – menselijk of niet-menselijk – te proberen begrijpen. Door te proberen om ‘anders’ te worden begint het vast omlijnde terrein zijn vorm te verliezen. Ook al is dat bij voorbaat een mislukte poging. Zo doet theater ons een glimp opvangen van het mysterie dat de mens is: het niet-menselijke dat binnenin op de loer ligt. Een klein onderdeeltje in een netwerk van krachten en dingen.

Cookies
KVS maakt gebruik van cookies. Omdat wij jouw privacy willen waarborgen én de gebruiksvriendelijkheid van je bezoek aan onze websites willen verbeteren. Wij vinden het belangrijk dat je weet hoe en waarom wij deze gebruiken.
Lees onze privacyverklaring