KVS
© Danny Willems

De klassieke canon leent zich perfect tot het herdenken van de maatschappij

Manuela Infante zet het westerse denken op losse schroeven aan de hand van Ovidius’ Metamorfosen.

© Danny Willems

Wat doe je met het patriarchale geweld dat in veel westerse klassieke literatuur vervat zit? Je gebruikt de teksten om een universum te creëren waarbinnen kritiek op vrouwonvriendelijke en binaire structuren de norm is. Dat is althans wat de Chileense theatermaakster Manuela Infante doet met Metamorfosen van Ovidius.

“Ik grijp die mythes aan om ideeën rond dekolonisatie en feminisme op het podium tot leven te wekken.”

“Op zich heb ik niks met klassieke mythologie.” Het is een boude stelling voor iemand die bezig is om één van de bekendste werken uit de Griekse en Romeinse mythologie naar het podium te vertalen. Als muzikante, auteur en kunstenaar Manuela Infante er even later aan toevoegt dat ze in se ook geen speciale band heeft met de podiumkunsten, wordt helemaal duidelijk dat ze geen doorsnee-theatermaker is. Infante is veeleer geïnteresseerd in ideeën dan in het vertellen van verhalen. “Ik zocht naar manieren om filosofie en kritische theorie te beoefenen buiten een academische context,” vertelt ze, “en theater bleek daarvoor toevallig de uitgelezen plek.” Intussen creëert ze al twintig jaar podiumproducties en dat zowel in thuisland Chili als in de rest van de wereld.

Infantes werk laat zich kenmerken door een posthumanistische inslag. Ze positioneert zich immers in de traditie van denkers als Donna Harraway die de mens niet zien als maat der dingen maar wel als onderdeel van een systeem waarin dieren, planten maar ook materialen en technologie een gelijkwaardige rol spelen. Geen wonder dus dat Infantes recente voorstelling Estado Vegetal bestaat uit een dialoog met planten of dat ze binnenkort in Duitsland een productie zal maken die rotsen en mineralen centraal stelt. Maar eerst dus Metamorphosen. En dat is geen toeval. De tekst is haar op het lijf geschreven aangezien de personages erin van gedaante verwisselen en overgaan van mens naar dier of natuurelement.
 
“Het was Michael De Cock die me erop wees dat die tekst wel eens iets voor mij kon zijn,” vertelt Infante. “Ik werk eigenlijk nooit op basis van klassieke teksten maar ik zag al snel in dat hij een punt had. Het zijn niet alleen prachtige verhalen die mee aan de grondslag liggen van de westerse cultuur. Ze lenen zich er evengoed toe om die cultuur volledig te herdenken.”

Nochtans beroepen heel wat alt-right ideologen zich op de klassieken om hun betoog kracht bij te zetten. Dichter bij huis doet een rechts-conservatieve politicus als Thierry Baudet hetzelfde. Gaat het dan niet vooral patriarchale teksten?

“Het is zeker zo dat die verhalen makkelijk inzetbaar zijn voor witte, misogyne doeleinden. Ze zijn mee de grondstof geweest voor zulke ideologieën. Klassieke teksten staan symbool voor die binariteit die wij in het westen geconstrueerd hebben tussen man en vrouw of tussen natuur en cultuur. Die hiërarchieën zijn we tot op vandaag in stand blijven houden, met alle gevolgen van dien: we putten onze natuurlijke bronnen uit, maken anderen tot slaaf, vinden dat vrouwen minder waard zijn dan mannen enzovoort.”

Dat lijkt een goede reden om een tekst als Metamorfosen links te laten liggen en met ander materiaal aan de slag te gaan.

“Daar ben ik het dus niet mee eens (lacht). We moeten die canon juist van binnenuit deconstrueren. Dit soort teksten bevat niet alleen schadelijke dogma’s. Het mooie is dat alle ingrediënten om de wereld op een andere manier vorm te geven er ook in vervat zitten. Het is dus juist heel zinvol om met een auteur als Ovidius aan de slag te gaan.”

© Danny Willems
"We moeten die canon juist van binnenuit deconstrueren. Dat is precies wat ik doe met Ovidius: ik zuig eruit wat ik nodig heb om zo in te kunnen gaan op de thematieken die ik belangrijk vind."

Je spreekt in dat verband van het ‘vampirizeren’ van de canon. Kan je dat uitleggen?

“Ik hoorde die term voor het eerst bij een collega van me uit Uruguay en ik vond het meteen een heel bruikbaar concept. Je zuigt het bloed ergens uit om jezelf sterker te maken en in leven te houden. Dat is precies wat ik doe met Ovidius: ik zuig eruit wat ik nodig heb om zo in te kunnen gaan op de thematieken die ik belangrijk vind.

Een goed voorbeeld zijn de verhalen uit de eerste boeken van Metamorfosen. Die gaan vaak over vrouwen die proberen te ontsnappen aan mannen die naar hen verlangen of hen willen onderdrukken. Als straf of bij wijze van vlucht transformeren de vrouwen naar een rivier, een boom of een koe. De nimf Daphne vraagt letterlijk om haar te verlossen van wat haar zo begeerlijk maakt: haar vrouwelijke lichaam. Je zou kunnen zeggen dat het gewelddadig is dat die vrouwelijke protagonisten transformeren naar niet-mensen. Ik zie het daarentegen juist als iets bevrijdends. Eigenlijk gaat het over vrouwen die niks te maken willen hebben met liefde en huwelijken. Ze willen gaan jagen in het woud. Dat aanvaarden de mannen niet en dus gaan ze over naar een andere levensvorm.”

Ovidius beschrijft telkens hoe ze hun stem kwijtraken tijdens de transformatie. Jij wijst erop dat we dat helemaal niet als een verlies hoeven te zien.

“Ik verzet me inderdaad tegen de klassieke interpretatie van wat een stem is. We zien onze taal als iets waarvan we niet alleen eigenaar zijn, maar ook als wat ons tot mens maakt en ons dus verheft boven de rest van de wereld. Maar alleen al de materialiteit van een stem toont aan dat we er niet zomaar eigenaar van zijn: het gaat louter om ingeademde lucht die we terug uitstoten. Een stem is net iets dat we delen met dieren, bomen of rivieren. Zij spreken evenzeer, alleen op manieren die wij niet begrijpen of waarnaar we niet willen luisteren. Ook het onderscheid tussen communicatie en ruis of lawaai wil ik in vraag stellen. Ik noem onze voorstelling daarom liever een lawaai-stuk dan een experimentele opera.

Diego Noguera, de geluidskunstenaar met wie ik werk zal onder andere digitale – en dus niet-menselijke - stemmen produceren waardoor je een klanktapijt krijgt dat al die grenzen tussen het humane en niet-humane opheft.”

Je vertaalt je engagement niet alleen naar het podium. In Chili ben je betrokken bij de protesten die daar al een jaar aan de gang zijn.

Het politieke klimaat in Chili maakt het onmogelijk om je niet te engageren op straat. Het klopt bovendien dat ik mijn posthumane overtuigingen kwijt kan als activist. Ik vind het inspirerend en hoopvol dat die grootschalige betogingen verschillende strijden verenigen van mensen die allerlei vormen van uitbuiting moeten gaan. Feministen staan er zij aan zij met ecologisten, mensen in armoede, arbeiders, slachtoffers van het kolonialisme enzovoort. De eisen zijn dan ook verstrekkend. Het gaat ons om het neerhalen van een neoliberaal systeem met koloniale wortels. Het is een revolte tegen eigenaarschap en appropriatie. En daarbovenop toont ook de corona-crisis intussen aan dat het huidige kapitalistische model niet langer houdbaar is. Ik hoop dat de protesten bij ons een globale weerslag zullen hebben zodat we wereldwijd kunnen evolueren naar meer feministische manieren om de maatschappij in te richten. Al besef ik natuurlijk dat het wel eens een mensenleven zou kunnen duren voordat zo’n ommekeer echt bewaarheid wordt. Het heeft alleszins ook honderd jaar gekost om het Romeinse Rijk omver te werpen (lacht).”