
Op 21 september gaat in Théâtre de Liège Barber Shop Chronicles in première. Junior Mthombeni en Michael De Cock wagen zich aan een “continentale versie” van het origineel van toneelschrijver Inua Ellams, dat furore maakte in het Verenigd Koninkrijk. Ellams doet in dit interview uit de doeken hoe hij op het idee voor Barber Shop Chronicles kwam en wat het belang van barber shops overal ter wereld is.
Hoe bent u op het idee gekomen voor dit project, zo uniek binnen het Europese theaterlandschap?
"Ik had een vriendin die volksgezondheid studeerde hier in het Verenigd Koninkrijk, en op een dag liet ze me een flyer zien van een project waarbij barbiers en kappers werden opgeleid in psychologische hulpverlening. Zo konden ze bij hun klanten mogelijke gezondheidsproblemen signaleren en hen direct in hun salon advies geven. Ik was nogal verbaasd dat barbiers dat werk konden doen, en ik vroeg me af waarom er geen geschikte mensen uit de gezondheidszorg waren om voor zwarte mannen te zorgen. Daar is het project eigenlijk begonnen; ik wilde in een kapsalon zitten en een portret schetsen van mannen die hun haar lieten knippen. Maar het was moeilijk om financiering te vinden voor het schrijven van de voorstelling. Dus toen het National Theatre mij vroeg of ik ideeën had voor een nieuw stuk, vertelde ik over mijn interesse in barbershops. Zij gaven mij een beurs om tijd vrij te maken voor dit project. Daarna wilde ik nog verder gaan, iets groters doen, en ik reisde door Afrika om mannen in barbershops te ontmoeten, hun gesprekken te registreren. Ik kwam terug naar Londen met bijna 60 uur opnames, die ik omzette in een voorstelling van 1u45. Ik heb er enorm veel aan gewerkt – ik denk dat ik veertien versies heb gehad, waaronder één die meer dan 4 uur duurde. Ik heb personages gecreëerd, mensen die ik onderweg ontmoette hergebruikt, ze met elkaar laten praten, dialogen verzonnen, en soms letterlijke zinnen gebruikt die ik had opgenomen. Het is echt een mix van fictie en non-fictie."
Waarom was het belangrijk om elementen van fictie en non-fictie te combineren? Was dat om stemmen te bevrijden die te lang verborgen zijn gebleven?
"Ik weet het niet… In het Westen zien we de kunstenaar of schrijver vaak als een eenzaam genie, die in het donker zit, omringd door eigen kennis, die diep in de geschiedenis en de wijsheid duikt om een werk te creëren dat hij dan verticaal met ons deelt. In Afrika is dat heel anders – daar is het proces veel meer collectief. Dichters, schrijvers en vertellers staan ten dienste van de gemeenschap, door hun verhalen op te schrijven en die later weer terug te geven. Er is die bekende grap over een verhalenverteller in een dorp. Hij is niet zo goed, dus claimt het dorp het verhaal terug en vertellen ze het zelf verder. Ze kenden het verhaal al – ze wachtten er alleen op dat de verteller er iets anders, iets groters, spannenders van zou maken. Maar omdat hij faalde, claimen ze het terug… Of dat verhaal over een Chinees-Amerikaanse cellist die naar Botswana reist. Hij stopt op een dag voor een groep ouderen en belooft hen een concert, zegt dat hij om 19 uur terugkomt om te spelen. Maar ze vragen hem: “Je staat hier nu met je instrument voor ons. Waarom zouden we later terugkomen? Waarom speel je niet meteen?” En terwijl de man om zich heen kijkt, ziet hij boeren die aan het zingen zijn terwijl ze in de velden werken. In die gemeenschap bestond er geen scheiding tussen kunst en kunstenaar, tussen uitvoering en uitvoerder. Het concept ‘concert’ bestond niet eens – althans niet zoals wij het in het Westen kennen. Kunst en kunstenaars, in Afrika is dat van het volk. Ik wilde niet zomaar dingen verzinnen terwijl dat niet nodig was. Alles was er al; ik hoefde alleen maar naar buiten te gaan, verhalen te vinden bij deze mannen, ze een beetje bewerken en dan terug te geven in de vorm van een voorstelling. En dat is precies wat ik gedaan heb. De meeste namen in de voorstelling zijn de echte namen van mannen die ik heb ontmoet. Ze wilden niet dat ik hun naam veranderde, omdat ze de gesprekken met mij waardeerden. Dus heb ik dat gedaan om hen te eren, maar ook om de traditie te eren van hoe kunst en kunstenaars werken in continentaal Afrika."
In uw stuk voel je de sterke verbondenheid die de personages hebben met de barbershops. Waarom zijn die plaatsen zo belangrijk voor gemeenschappen van Afrikaanse afkomst in Londen en het VK?
'Ik denk dat het niet alleen een Britse kwestie is – het gaat wereldwijd. Het is belangrijk omdat Europa racistisch is. Zwarte mannen worden gezien als gewelddadig, bedreigend. We staan voortdurend onder toezicht, we worden aangehouden, geïntimideerd door de politie. En de lijst gaat maar door. Je moet altijd je beste zelf tonen zodra je de plekken verlaat waar je je veilig voelt, waar je gewoon jezelf kunt zijn en ontspannen. Barbershops zijn die plekken. Niemand beoordeelt je daar op je huidskleur. Plaatsen waar mannen samenkomen, zijn vaak plekken van agressie – een stadion, een fitnesszaal, een circuit, een bar… En als zwarte mannen in zulke ruimtes komen, krijgen ze vaak te maken met racisme, zoals voetballers die nog altijd bananen naar zich gegooid krijgen. Maar in een zwart kapsalon gebeurt dat niet; je wordt geaccepteerd omdat je lijkt op de anderen, op je vader, je oom, je broer… Ze veroordelen je niet. Daarom zijn het veilige plekken – omdat je jezelf kunt zijn."
Dus barbershops zijn toevluchtsoorden, waar je vrijuit kunt praten over je problemen zonder angst om beoordeeld te worden door een vijandige maatschappij?
"Soms praat ik over racisme, soms over hoe mijn vader me opvoedde, soms over armoede in de Nigeriaanse gemeenschap, over hoe mensen overleven… Maar vaak praat ik over ‘survivor’s guilt’, omdat ik nu hier woon, in het VK; ik ben niet meer daar, bij hen, en ik heb het hier beter. Als ik die dingen vertel aan iemand die dat niet heeft meegemaakt, weet die misschien niet eens hoe hij moet begrijpen wat ik zeg. Die kan me geen raad geven, weet niet hoe hij moet luisteren. Maar als ik spreek met iemand uit mijn wereld, wordt alles eenvoudiger – spreken en luisteren. Natuurlijk hoef je niet per se uit mijn wereld te komen om me te begrijpen; je hoeft alleen tijd te nemen om te lezen, te studeren. Dat geldt vooral in de gezondheidszorg, als je arts of psychiater bent… Ik merk dat veel zorgverleners het nooit over ons hebben, over onze cultuur… Ze weten dus niet hoe ze ons moeten adviseren, wat ze juist moeten zeggen. Het ligt buiten hun comfortzone, maar vooral buiten hun ervaring. Daarom ga ik niet naar hen toe – omdat ik weet dat ze me niet zouden begrijpen. Ik moet mensen zoeken die me wél begrijpen, totdat het systeem verandert.
Ik blijf altijd nerveus bij de gedachte in zo’n situatie te belanden, dus vermijd ik ze. Tijdens de pandemie ontdekten we dat artsen in de Verenigde Staten – vandaag nog! – leren uit handboeken dat zwarte mensen een hogere pijngrens hebben dan witte mensen! Dus wanneer zwarte patiënten naar een dokter gaan, krijgen ze vaak te horen: “Ja, je bent ziek, maar het is niet zo erg, want je bent zwart.” Dat wordt nog steeds onderwezen… Wat ze leren over onze lichamen, terwijl onze lichamen praktisch identiek zijn… Hoe zou ik hen kunnen vertrouwen en mijn gevoelens blootleggen bij hen? Daarom zoek je uiteindelijk omgevingen op waar mensen op je lijken en luisteren zonder je te beoordelen op basis van je huidskleur."
Uw stuk, dat oorspronkelijk speelt in een Engelstalige context (Lagos, Accra, Londen, enz.), zal nu worden aangepast naar een Franstalig milieu, in steden die nog bepaald moeten worden. Londen en Parijs zijn vaak rivalen geweest, maar wat zijn de grote verschillen tussen landen als Frankrijk en Engeland op dit vlak?
"Misschien vergis ik me, maar ik denk dat het VK verder staat dan Frankrijk. Wij hebben meer niet-witte politici. We hebben een eerste minister van Indiase afkomst gehad, en we hebben een taal ontwikkeld die ons in staat stelde onze verschillen te benoemen en tegelijk de hand uit te steken om meer mensen uit te nodigen. Ik leerde bijvoorbeeld dat men in Frankrijk het woord nègre gebruikt voor ghostwriter. In Engeland hebben we niets vergelijkbaars – niets wat suggereert dat iemand die geen erkenning krijgt voor zijn werk, automatisch wordt geassocieerd met zwart zijn. Het woord wordt nu minder gebruikt, er zijn andere termen voor in de plaats gekomen, maar op sommige plaatsen wordt het nog steeds gezegd… Dat toont hoe ver Frankrijk achterloopt. Ik weet niet meer welke Franse politicus ooit zei dat gekoloniseerde landen Frankrijk zouden moeten bedanken. Misschien was het 10 jaar geleden, maar zelfs toen zou zoiets ondenkbaar zijn geweest in het VK. Dus ja, ook bij ons blijft er nog veel te doen, veel bruggen te bouwen, maar ik denk dat het VK politiek bewuster is van deze kwesties, en maatschappelijk bewuster van de diversiteit van het land. We nemen dat nieuwe taalgebruik op in onze politiek en praten er veel meer over dan in Frankrijk. Dat is precies waarom iemand als Marine Le Pen de volgende verkiezingen kan winnen, terwijl de extreemrechtse partijen hier in het VK maar een paar zetels haalden en misschien binnen enkele jaren verdwijnen. Het is een cruciaal moment voor Frankrijk* – misschien zullen de resultaten de burgers wakker schudden. Zelfs als Le Pen wint, kan dat een schok teweegbrengen die het land positief verandert. Ik weet het niet. Maar ik denk zeker dat het VK verder staat, en daarom denk ik dat een voorstelling als Barber Shop Chronicles daar een nog grotere impact kan hebben dan in Londen. Met de opkomst van extreemrechts in continentaal Europa voelt het alsof dit stuk een goed vertrekpunt is om samen nieuwe dingen te bouwen.
*Dit interview werd afgenomen op vrijdag 5 juli 2024, enkele dagen vóór de tweede ronde van de Franse parlementsverkiezingen.
PROMOCODE VOOR KVS-BEZOEKERS
De voorstelling in Luik meemaken? Met de promocode 25BBSKVS26 kan u als KVS-bezoeker voor 23 euro (i.p.v. 32 euro) gaan kijken, op elke speeldatum, uitgezonderd de première (23, 24, 25, 26 & 27 september).