Theatermaker Nona Demey Gallagher en haar kompanen van collectief Krapp gaan komend seizoen kopje onder in de wereld van de (virtuele) dubbelganger. Daarmee kijken ze, na voorstellingen als De Duivels/Les Diables en Weird Tales, opnieuw ‘het monsterlijke’ in de ogen. De Chileense regisseur en theatermaker Manuela Infante haalt dan weer haar inspiratie uit menselijke beenderen … Op vraag van een Zuid-Amerikaanse forensische antropoloog onderzoekt ze welke verhalen – of muziek – de lichamen van overleden vermiste personen met ons willen delen. Meer dan genoeg gespreksstof volgens KVS-dramaturge Dina Dooreman, dus nodigde ze de beide makers uit voor een gesprek.
Dina: Manuela, volgend seizoen presenteer je met The Bones al je vierde productie in KVS. Net als in je eerdere werk spits je je weer toe op ‘niet-levende’ materie, in dit geval de botten van overleden lichamen. Welke verhalen vertellen die jou?
Manuela: “Ik onderzoek de politiek van de gedwongen verdwijningen, en integreer daarbij een perspectief waarin de doden of verdwenen personen een actieve rol spelen in de dialoog tussen wetenschap en het lichaam. Dus op een bepaalde manier sluit het aan bij m’n eerdere werk, namelijk het onderzoek naar de agency van niet-menselijke krachten. Voor The Bones werken we samen met een Zuid-Amerikaanse forensische antropoloog, met het pseudoniem Roberta Lobos. Ze maakt deel uit van een autonoom team van specialisten in reconstructie van bottrauma bij specifieke breuken, vastgesteld op botten uit massagraven. Zij creëerden een Zuid-Amerikaanse onderzoeksmethode tijdens de dictaturen. Omdat het staatssysteem dat je zou moeten helpen bij het vinden van een vermist persoon en gerechtigheid moet doen geschieden, eigenlijk zelf achter deze verdwijningen zat.”
Dina: Muziek speelde een sleutelrol in je vorige creaties, waarbij je het verhaal soms als theatrale partituur bracht. Welke verhalen haal je dit keer muzikaal uit de botten?
Manuela: “Tijdens haar werk had Roberta Lobos het gevoel dat er iets in deze botten te lezen was dat niet via de lens van de wetenschap bloot te leggen viel. Ze was nieuwsgierig wat de botten ons door een kunstbril, en vooral vanuit een muzikaal perspectief, kunnen vertellen. Dus voor dit stuk bracht ik haar in contact met componist Matthew Herbert, zodat ze de botten samen konden onderzoeken. We zetten niet alleen wetenschappelijke data om in muziek, maar tijdens het proces begrepen we hoe muziek een rol zou kunnen spelen bij het herstellen van menselijke gemeenschappen.”
“Wanneer ze iemand met geweld laten verdwijnen, knippen ze in feite de verhalende banden tussen de geschiedenissen van mensen door, waardoor het gemeenschapsweefsel uiteengerafeld wordt. Wanneer iemand verdwijnt, is hij niet dood of levend, maar bevindt hij zich in een soort limbo of bevroren toestand. Dit soort geweld verlamt mensen en gemeenschappen op een heel effectieve manier en raakt ons allen tot op de dag van vandaag. Dus ik probeer een manier te vinden om naar deze gruwel van gedwongen verdwijning te kijken door de lens van muziek en theater.”
Wanneer iemand verdwijnt, is hij niet dood of levend, maar bevindt hij zich in een soort limbo of bevroren toestand. Dit soort geweld verlamt mensen en gemeenschappen op een heel effectieve manier en raakt ons allen tot op de dag van vandaag.

Dina: Nona, ook bij collectief Krapp werkten jullie al rond de levenden en de doden. Is dit terugkerende thema ook aanwezig in jullie nieuwe creatie Copyriot?
Nona: “Met Copyriot willen we vertrekken vanuit onze fascinatie voor het onheimelijke, de tussenruimtes en het monsterlijke. Het stuk draait specifiek rond het concept van de dubbelganger, die we als een paradox beschouwen, net als het monster. Een wezen dat levend en dood is, dat tegelijkertijd bekend en onbekend is. De dubbelganger ben ik, maar het is ook iemand anders. Als een soort spiegel die ons de donkere aspecten van onszelf laat zien – wie we vrezen te worden. Dit soort paranoia of nachtmerrie-achtig gevoel om jezelf buiten jezelf te zien, is iets dat we met dit nieuwe stuk willen onderzoeken.”
“De dubbelganger ben ik, maar het is ook iemand anders. Als een soort spiegel die ons de donkere aspecten van onszelf laat zien – wie we vrezen te worden.”
- Nona Demey Gallagher –
Dina: Ook jij, Manuela, werkte al veel rond ‘tussen-toestanden’ en de ‘andere kant’. Zoals de antipoden in Horizon of de transformerende lichamen van vrouwen in Metamorphoses. Wat trekt jou aan in dat motief?
Manuela: “In Horizon werkten we met het historische concept van antipoden, het Europese idee dat de mensen die aan de andere kant van de wereldbol leefden dezelfde mensen waren, maar ondersteboven gekeerd. En ik vind het een fantastische metafoor voor hoe bang we zijn voor ‘anders zijn’ en hoe we dit valse monster creëren. Dat resoneert sterk met het idee van dubbelgangers.”
“Voor mij is het heel belangrijk in mijn hele zoektocht in het werken met planten, stenen en nu de doden, om manieren te vinden om rond deze radicale andersheid werk te creëren zonder in appropriatie te vervallen. Mijn verlangen om met het ‘in-between’ te werken is dat ik het niet volledig kan vatten. Hoe laten we iemand een bepaalde duisternis of mysterie behouden? In The Bones probeer ik op een vergelijkbare manier in relatie te treden tot mensen die zijn verdwenen, waardoor ze nog steeds een niveau van agency hebben in hun eigen ‘wederverschijning’.”
Dina: Manuela, jij maakt ook een stuk over vampiers en Nona, jij hebt gewerkt met personages als Mary Shelley. Hoe verbindt de gotiek zich tot de onderwerpen waar jullie rond werken?
Nona: “De gotiek houdt zich bezig met de disruptie van dingen, met geweld en een gevoel van onbehagen en dreiging. Ze bekritiseert machtsstructuren, in haar verhaal en door de aanwezigheid van enorme architectonische gebouwen. Kastelen of herenhuizen dienen als symbool voor onderdrukkende systemen zoals het patriarchaat. De gotiek, en horror in het algemeen, brengt ons nieuwe perspectieven op wat er om ons heen gebeurt. In het verleden heb ik rond plantenhorror gewerkt omdat het mij verbaasde hoe we blijven negeren dat planten ook leven. Door planten begon ik bijvoorbeeld na te denken over gender en seksualiteit voorbij binaire tegenstellingen: de seksualiteit van sommige planten is veel vloeiender omdat ze zowel vrouwelijke als mannelijke voortplantingsorganen hebben.”
Manuela: Interessant wat je zegt. Toen ik me voor het eerste verdiepte in vampiers, interesseerde ik me in eerste instantie vooral in de ‘tussenin-status’ van het ‘levend dood’ zijn. Aan de andere kant was ik gefascineerd door eolische windmolens, omdat ze op gotische kathedralen lijken. In Chili bestaat er zoiets als groen kolonialisme, wat betekent dat men de praktijken van het kolonialisme herhaalt, maar verdoezelt via greenwashing. Voor bepaalde Chileense gemeenschappen staan deze windmolens niet symbool voor een mooie, groene toekomst, omdat ze delen van het landschap volledig in de schaduw zetten en bepaalde veranderingen in luchtdruk ervoor zorgen dat vleermuizen imploderen en sterven. Volgens mij is de energie-economie, net als vampirisme, een zeer oppressief systeem, dat steeds meer energie wil produceren. En toen ontdekte ik dat Bram Stoker eigenlijk de eerste was die de mythe van de vampier met het beeld van de vleermuis verenigde, omdat hij een artikel las waarin Darwin de vleermuizen beschreef die hij in Chili zag. Die twee zaken kwamen dus op een heel onverwachte manier samen.”
De dubbelganger ben ik, maar het is ook iemand anders. Als een soort spiegel die ons de donkere aspecten van onszelf laat zien – wie we vrezen te worden.

Dina: Zoals ik het begrijp, helpen strategische elementen zoals de gotiek of het niet-menselijke om geweld te bekritiseren. De rode draad in jullie werk is specifiek geweld tegen vrouwen en mannelijke onderdrukking. Waar plaatsen jullie jullie werk in de context van de huidige verschuiving naar rechts?
Nona: “Ik wil machtsstructuren in vraag stellen en de rode draad zijn inderdaad verhalen over het tot zwijgen opleggen van vrouwen en hen uitsluiten uit de samenleving. De Duivels/Les Diables ging over een historisch heksenproces in de 17de eeuw waar nonnen werden opgesloten in kloosters, waardoor ze geen sociale of economische stem kregen. Up Your Ass is een satire op de marginalisering van vrouwen, en in het specifieke geval van Valerie Solanas door haar geen geld te geven voor haar stem. Volgend seizoen werk ik ook aan een stuk over porno waarvoor ik vooral onderzoek doe naar Andrea Dworkin, de anti-porno feministe uit de jaren zeventig. Zij wees erop dat porno niet alleen een fantasie is, maar ook een handeling en een manier om vrouwenlichamen te doen zwijgen, te verhandelen en te verkopen”
Manuela: “Als we het lichaam als een territorium beschouwen, is geweld tegen vrouwen een vorm van koloniaal geweld. Het geweld dat in de koloniën werd gepleegd, werd als het ware eerst gerepeteerd via geweld tegen vrouwen, zoals heksenverbrandingen. Eén van mijn belangrijkste theatrale drijfveren is mijn zoektocht naar manieren om met anderen om te gaan zonder praktijken van toe-eigening en kolonisatie. We zijn allemaal kwetsbaar en worden lichamen die de steun van anderen nodig hebben om te bestaan. Als ik denk aan Javier Milei in Argentinië die met een kettingzaag in het rond zwaait, begrijp ik hoe het zit. Het gaat over dingen kapothakken en ervoor zorgen dat mensen geen verbindingen meer kunnen leggen. De tegenreactie op vrouwen en feminisme komt sterk opzetten en wordt nu toegelaten door extreemrechtse discours. Als wij in de kunsten feminisme een voorbijgaande trend laten zijn, helpen we die tegenreactie een plek te vinden. Daarom moeten we nieuwe strategieën blijven vinden om feministische onderwerpen in het theater aan bod te brengen.”