Wie zoekt, die vindt

Een concert op het balkon, dansen op de vloer: Ceci n'est pas noire: Act II en dramaturgie

Geschreven door ‘Funmi Adewole Elliott

Ik was verheugd toen Alesandra Seutin me vertelde dat ze Ceci n’est pas noire: Act 2 aan het creëren was. In 2013 was ik de dramaturg voor het originele Ceci n’est pas noire, een stuk waarin ze haar Afrikaansheid verkent en de confrontatie aangaat met maatschappelijke verwachtingen over hoe een Bruine vrouw zich zou moeten gedragen. In Act 2 neemt ze vervolgens, als dochter van een witte Belgische vader en een Zwarte Zuid-Afrikaanse moeder, haar witte Belgische achtergrond onder de loep. 

Een dramaturg functioneert als denkpartner voor de artiest en het creatieve team en biedt een blik van buitenaf. Tijdens mijn werk aan deze creatie werd ik aangetrokken door de kracht van de persoonlijke geschiedenis om bredere sociale en politieke kwesties aan te boren. Het persoonlijke is politiek, zo luidt het feministische gezegde. Verhalen over opgroeien, over zoeken naar een bestaansreden, over reizen en terugkeren, over de confrontatie aangaan met het verleden en ruimte innemen in het heden: het zijn menselijke verhalen, en ze helpen ons met het vinden van invalswegen naar bredere maatschappelijke geschiedenissen en van metaforen die politieke kwesties en sociale realiteiten belichten. In Alesandra’s verhaal zie ik verschillende geschiedenissen botsen in één enkele familie, in een enkel lichaam. Ons doel is niet om een fusie te demonstreren, maar om te tonen hoe leven een vorm van synthese vereist, waarbij beweging, muziek, geluid en design allemaal resoneren en samen betekenis creëren.

Zoals gewoonlijk voor een dramaturg droeg ik bij aan de research voor deze creatie en werkte ik samen met Alesandra en het creatieve team om gedeelde referenties te verzamelen uit de geschiedenis en de popcultuur. Maar dit was ook een fysieke dramaturgie. Dat betekende: dansen in de ruimte en met Alesandra werken aan manieren en methodes om te onderzoeken hoe het lichaam een transnationale sociale realiteit kan uitbeelden die toch wortels heeft in specifieke plaatsen en culturen. Multi-instrumentalist Verena Rizzo deelt het podium met Alesandra – voor haar was het duidelijk dat Verena niet gezien moest worden als een begeleidend muzikant, maar als een volwaardige performer. Een deel van deze dramaturgie bestond uit het waarnemen hoe Verena’s eigen personage geleidelijk aan naar voren kwam. Voor mij was dit hele proces er een van diep luisteren: naar de voorstellen van KVS-dramaturg Gerardo Salinas; naar de conversaties tussen de muzikant, de geluidsdesigner, de muzikale dramaturg, de repetitors en het productieteam. We konden elkaars ideeën vlot oppikken, Alesandra steeds standvastig en genereus in haar artistieke regie. Het was een vreugdevol proces.

Alesandra is een danser en choreograaf, maar ze werkt multidisciplinair: ze volgde een beeldende kunstenopleiding en heeft ook opgetreden als zangeres, wat bijdraagt aan de gelaagdheid van haar manier van vertellen. Daarbij komt dat persoonlijke geschiedenis, Belgische popcultuur en Belgisch surrealisme vruchtbare creatieve gronden zijn (ik ontdekte onder andere dat liedjes die ik al jaren hoorde door Jacques Brel geschreven zijn!). Belgisch surrealisme verschilt op sommige vlakken van de Franse versie. Het reflecteert op het alledaagse en het huiselijke vanuit een politieke hoek. De vrouwelijke surrealisten, waaronder Rachel Baes en Jane Graverol, trokken in het bijzonder mijn aandacht. De titel van de productie zelf is een woordspeling op een van de bekendste werken in het Belgische surrealisme, René Magrittes Ceci n’est pas une pipe – een schilderij van een pijp dat bij hoog en laag beweert geen pijp te zijn. Het herinnert ons eraan dat een beeld nooit simpelweg gelijk is aan het object dat het weergeeft.

Alesandra gaat graag in gesprek met haar publiek. In de eerste creatie speelde ze een raadspelletje: ze plaatste een kaart op haar voorhoofd met een woord (God, de Queen, Beyoncé) en stelde vragen aan het publiek die ze alleen met ja of nee mochten beantwoorden. Daarbij kwam de onvermijdelijke vraag: ‘Ben ik Zwart?’, waarop het publiek zijn antwoord mocht roepen. 

Deze keer heeft ze een ‘concertbalkon’ gecreëerd, vanwaar ze het publiek aanspreekt met een reeks transformaties, muziekgenres en poëzie, met het soort oneliners dat je op concerten tegenkomt: Can you hear me, Belgium? Het concertbalkon loopt over van de dubbelzinnige zinnen, catchy deuntjes, bewegingen die je in beweging brengen, gezangen die zowel gemak als onbehagen oproepen. Achter het balkon is de vloer gemarkeerd om multidimensionale ruimtes te suggereren. Deze markeringen komen voort uit een improvisatiemethode die Alesandra in haar danspraktijk gebruikt. Veel van de discussies in de repetitieruimte gingen over hoe we de beelden, symbolen, herinneringen en geschiedenissen in die vloer kunnen weergeven in de performance. 

Al dansend wisselt Alesandra tussen personages, van een glitterende popprinses tot een onsmakelijk, predatoriaal figuur, en tussen verschillende tijdvakken, van haar kindertijd naar haar huidige realiteit als een 40-jarige vrouw. Foto’s van haar familie, haar vader en moeder verschijnen in de scenografie, naast echo’s van iconische muziek. Ik ben geïntrigeerd door de spanning tussen het balkon en de vloer erachter. Het kan gezien worden als een ontmoeting tussen het zichtbare en het onzichtbare, maar er zijn meerdere betekenislagen. Ik stel me een meeslepende ervaring voor, waarbij het publiek zich op verschillende manieren betrokken kan voelen. In tijden van oorlog, sociale onrust en neokoloniale onderdrukking in verschillende delen van de wereld geloof ik dat we niet mogen vergeten wat ons verbindt: een gedeeld, diepmenselijk verlangen naar een goed en betekenisvol leven. Het is essentieel om te reflecteren over wat vredevol als gelijken samenleven echt van ons vergt. Ceci n’est pas noire: Act 2 werkt net als Magrittes beroemde schilderij. Je ziet het werk van een Bruine vrouw, en geleidelijk aan begrijp je dat de wereld niet zo gemakkelijk op te delen is in zwart en wit.

‘Funmi Adewole Elliott, Dramaturg