Het zonlicht gulpt over een plein in Marseille. Choreografe en theatermaakster Zoë Demoustier (°1995) blikt omhoog naar het operagebouw, een architecturale parel in neoclassicistische stijl. Terwijl ze kijkt, denkt ze aan die andere opera, in Parijs. 'Mijn grootste droom,' mijmert ze, 'is de Bastille bestormen'. Wellicht is die droom minder ver weg dan ze denkt. Later nuanceert ze: 'Ik bedoel mijn grootste professionele droom.' Onder de aanstormende lente van Zuid-Frankrijk praten we over haar artistieke traject, haar privé-dromen, en haar verlangen naar een bedding.
door Hans Depelchin
golven
Al enkele jaren zindert Demoustiers naam rond in het hedendaagse danslandschap. Ze verankert zich met prikkelende en eigenzinnige voorstellingen, zoals Unfolding an Archive, What Remains en de jongerenvoorstelling Beating Choir/Coeur Battant. Over een kleine tien maanden, op 12 februari 2026, gaat ze in première met haar volgende voorstelling, Hear the Silence. Ondanks de groots opgezette productie van laGeste, in samenwerking met Ultima Vez, KVS en STUK, blijft ze er tamelijk rustig onder.
'Ik vind het belangrijk om elk project de tijd te geven die het nodig heeft,' zegt ze. Toch loopt haar agenda tot en met 2027 vlotjes vol: na Hear the Silence volgen The Wave en State of Emergency.
'Staat België nog op de kaart als dansland?' vraagt ze zich luidop af. 'Zit de Bastille wel te wachten op werk van jonge, Belgische makers? In de jaren tachtig en negentig was dat zeker wel zo. Daarover gaat The Wave. In die voorstelling onderzoek ik de blijvende invloed van de Vlaamse Golf op het hedendaagse theater, en de manier waarop de canonieke voorstellingen van onder anderen Wim Vandekeybus en Anne Teresa De Keersmaecker in de lichamen van spelers en publiek zijn gearchiveerd. Als jonge maker moet ik me ten opzichte van die generatie positioneren. Tegelijk wil ik er een antwoord op geven, iets tegenover zetten. Uiteindelijk zullen er nieuwe choreografen opstaan die zich misschien tegenover mij zullen verhouden. Die voortdurende beweging van incorporeren en reageren fascineert me, omdat ze kunstenaars ook een gemeenschappelijke grond geeft, een bedding waardoor we kunnen stromen. De verbindingen tussen heden, verleden en toekomst zijn narratieve verbindingen. Ik maak nieuwe verhalen in bestaande beddingen, en geef mijn dansers de kans om hun eigen verhalen te maken in mijn bedding. Zo groeit een netwerk van verhalen. Dat is een ongelofelijke rijkdom, en de keuze voor welk verhaal je toont, is altijd van politieke aard.'

Demoustier studeerde mime aan de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam. Daar maakte ze kennis met de bewegingstechnieken van Etienne Decroux. Zijn zéro, het nulpunt, is altijd het lichaam zelf. Maar ook in dat nulpunt is een lichaam een betekenisdrager. Het is nooit neutraal. En dat fascineert haar. In geen enkele choreografie zet ze de dansers instrumenteel in. Ze vertellen mee, ook als ze stilstaan.
De slagzin van Hear the Silence is een citaat van Bertolt Brecht. 'In the dark times, will there also be singing? Yes, there will also be singing. About the dark times.' Voor Zoë is het een pleidooi voor het politieke belang van kunst, en van haar subversieve kracht in woelige tijden. 'Als maker ben je ingebed, of je het nu wilt of niet, in een wereld die jou vormgeeft, beïnvloedt en stuurt. Welk verhaal je kiest, is zowel een persoonlijke als een politieke keuze, en heeft een impact op de realiteit. Of het nu om een publiek gaat van duizenden in de opera of een honderdtal in een CC in Vlaanderen, in essentie boeit dat niet. Het gaat erom dat je mensen met je verhaal hebt geraakt en aangeraakt. We moeten elkaar sowieso meer vastpakken, letterlijk en figuurlijk.'
De kunsten kunnen een tegenwicht bieden. Een handvat zijn. Ze vangen ons op wanneer alles uit elkaar valt. Maar verhalen kunnen ook pijn doen. Een bedding kan brokkelig zijn, glibberig en onstabiel. Met Hear the Silence diept Zoë de thema's uit die in Unfolding an Archive hun aanvang vonden: oorlog, ontwrichting, destructie, en een zoektocht naar nieuwe manieren om de wereld te verbeelden. Die zoektocht wordt versterkt door de werking van geluid en een strakke, industriële scenografie. Die verbeelding is een essentieel deel van haar kunstenaarschap, sinds het prille begin.
opveren
Als kind zag Demoustier Full Moon van Pina Bausch en wist ze dat ze wou dansen.'In mijn herinnering zat ik op de eerste rij. Vooraan op scène was een vrouw in het rond aan het tollen. Haar haren zwierden in het rond. Er lag water op de scène en door dat wervelen spatte het op mijn gezicht. Het effect van theater, en van empathie in het algemeen, heeft voor een groot deel met spiegelneuronen te maken. De intense beweging die ik zag, maakte iets los in mijn eigen lichaam. Ik begon als het ware zelf te tollen. Door naar die vrouw te kijken, wérd ik die vrouw. Toen wist ik dat ik danser wilde worden. Ik besef dat zo'n moment post factum is geconstrueerd. Herinneringen zijn altijd onbetrouwbaar. Dat thema heb ik uitgewerkt in What Remains. Voor die voorstelling onderzoek ik de menselijke sporen die overblijven wanneer we het einde van ons leven naderen. Ik werk met spelers van 4 tot 74 jaar. In de jongsten herken ik iets van mezelf, van toen ik begon. En dan vertel ik dit verhaal. Misschien maken zij ooit hun droom waar omdat ze iemand als ik met de haren in het rond zien zwieren.'
Demoustier volgde les in Leuven, in de dansschool van Aike Raes. Als achtjarige speelde ze bij Kabinet K en Fabuleus. Ze maakte voorstellingen waarin ook haar broer Misha en zus Lahja dansten. Na haar afstuderen aan de regieopleiding van het RITCS maakte ze Unfoling an Archive, waarin ze het oorlogsarchief van haar vader belichaamt. Voor een bescheiden meisje dat bijna toevallig op een auditie belandde omdat ze de plaats van iemand anders innam, houdt ze verrassend veel van de bühne.
'Ik heb meer zelfvertrouwen op een podium dan in een discotheek. Op scène kies ik er zelf voor om bekeken te worden. Op de dansvloer zijn de regels en de afspraken minder duidelijk, de richtingen minder uitgesproken. Niet dat ik dan een muurbloempje word, maar de drempel is veel hoger. Dan komt dat verlegen meisje weer boven. Het heeft ook met controle te maken. Op het podium weet ik ongeveer exact wat er zal gebeuren. Het dagelijkse leven is veel minder voorspelbaar. Dat maakt het opwindend, natuurlijk, maar ook angstaanjagend.'
Demoustier werd gesterkt in haar overtuiging om te dansen, doordat ze op de belangrijke momenten werd geconfronteerd met voorbeeldfiguren, vrouwen als Pina Bausch, Berlinde de Bruyckere, PJ Harvey, of Frida Kahlo. Die laatste leerde ze kennen toen ze ten val kwam tijdens de dansles. Een scharniermoment. Haar lichaam begon te protesteren. Ze besloot om wat algemeen als een beperking wordt gezien, te beschouwen als een troef. Haar val markeerde de start van een proces waarin ze haar eerste solo zou maken, en die haar naar Amsterdam zou leiden. Steeds meer begreep ze dat elk lichaam het vertrekpunt kan vormen voor een verhaal of een voorstelling - niet alleen het perfecte, afgetrainde danslichaam. Al in haar vroege werk komt het lichaam aan bod als een archiefruimte: waar wordt pijn opgeslagen, en hoe zet een lichaam bepaalde trauma's om in beweging? Een lichaam is fragiel en in voortdurende transformatie.
'Sinds die val begonnen mijn vooroordelen over de danswereld duidelijk te worden. Jarenlang was ik geconfronteerd met een bepaalde norm, een vorm van perfectie die ik moest nastreven. Maar in perfectie schuilt geen schoonheid. Ik begon anders te kijken naar de rigide ballettaal en wilde me focussen op authenticiteit en kwetsbaarheid.'
Haar keuze is tegelijkertijd een artistiek statement: door zowel met ouderen als kinderen te werken, met professionele en semi-professionele dansers, maakt Demoustier een vuist tegen een kunstenveld dat soms vervreemd raakt van de realiteit. Ze maakt kunst die de wereld omarmt, en zo het licht toelaat. Zoals Walter Benjamin het verwoordt: 'een scheur maken in het continuüm van de catastrofe'. 'There's a crack in everything, that's how the light gets in,' zingt Leonard Cohen.
Voor Hear the Silence werkt ze voor het eerst uitsluitend met professionele dansers. Toch zoekt ze ook in die voorstelling naar een herkenbare aanzet. 'Het vertrektpunt is de relatie tussen oorlog en muziek. Naast Benjamin Brittens War Requiem, liet ik me in de researchfase inspireren door het werk van Galina Ustvolskaya, de Russische "vrouw met de hamer" wiens composities heel disruptief zijn. Via hen kwam ik uit bij de Franse Maurice Ravel, met zijn Piano Concerto for the Left Hand, die hij schreef voor een vriend die zijn arm had verloren aan het front. Maar Ravel heeft ook een Valse geschreven. De wals is een dans waar iedereen een beeld bij heeft. Een cliché-dans, waaruit de voorspoed en de hoop van het negentiende-eeuwse Europa blijkt. Die dans werd een symbool voor het einde van een tijdperk, een Europa dat uit elkaar viel door WOI. Kunnen we nog walsen tussen de brokstukken? Dat bracht me bij de hedendaagse club scene. In oorlogsgebieden wordt er nog altijd gedanst, bijvoorbeeld in nachtclubs in Kiev en Beirut. Mensen vinden altijd een manier om veerkrachtig te zijn en het leven te vieren. In de bewegingen zoek ik naar manieren om de wals uit elkaar te trekken, ze te laten overgaan in ritmes die veeleer bij het feestgedruis van een club passen. Muziek en geluid spelen dus een fundamentele rol. Ondanks het feit dat ik me niet volledig kan voorstellen hoe een oorlogsslachtoffer zich voelt, herken ik die veerkracht ook bij mezelf als ik geconfronteerd word met tegenslagen. Die veerkracht komt tot stand in verbinding met anderen.'
groeien
Wie verbinding zegt, zegt gemeenschap. Demoustier beschouwt de mensen die betrokken zijn bij haar voorstellingen - de spelers, de artistieke ploeg, de partners, het publiek - stuk voor stuk als mini-gemeenschappen, met dynamieken van onderlinge afhankelijkheid en vrijheid.
'Tijdens het proces van What Remains was het prachtig om te zien hoe een vriendschap tot stand kon komen tussen een kind van 4 en een man van 74. Performers beginnen vaak aan een jarenlang traject, en ik vind het enorm bevredigend om de banden tussen hen te zien ontwikkelen. Meer dan verkoopscijfers is het me daarom te doen: spelers en publiek iets laten meemaken wat ze nooit zullen vergeten.'
Het belang van zorg en verbinding in de sector maakt ze ook op structureel vlak concreet. Om de kloof tussen kunstopleidingen en het artistieke werkveld kleiner te maken - een kloof die ze zelf voelde toen ze afstudeerde - werd ze mede-oprichter van Platform In De Maak, een vzw die een podium biedt aan startende makers. Ze krijgen de kans om expertise te delen, vragen te stellen, mensen te ontmoeten en de eenzaamheid van het makerschap te doorbreken.
'Op kunstscholen horen beginnende kunstenaars vaak dat niemand op hen zit te wachten. Dus wij dachten: als niemand op ons zit te wachten, doen we het zelf. Zo ontstaat er ruimte om te creëren en onaf werk te delen met een publiek. Op die manier kunnen beginnende makers zich inbedden in een soort collectief, een veilige, stimulerende omgeving.'
Demoustier is erg ondernemend en betrekt ook vrienden en familie bij haar artistieke projecten. Toch vindt ze het belangrijk om ondernemerschap en kunstenaarschap te scheiden.
'Misschien ben ik altijd kunstenaar, maar niet altijd ondernemer. Ik wil tijd maken om te koken voor vrienden en familie, zonder dat we voortdurend in een professionele modus zijn. Ik moet me af en toe kunnen vervelen, om de spontaneïteit en het spel van het creëren weer te voelen, zonder doelmatigheid. Omgekeerd kan ik soms een doelmatigheid voelen bij dingen die niet over de podiumkunsten gaan. Dan krijg ik bijvoorbeeld zin om een reisgids te maken. Die energie is eigen aan mij als mens. Ze komt voort uit de behoefte om alles uit het leven te halen, zowel op persoonlijk als professioneel vlak. Mijn hoop op een bloeiende carrière en mijn geloof in de idylle van een liefdevol gezinsleven sluiten elkaar niet uit. Maar ondanks mijn optimisme en veerkracht weet ik dat het belangrijk is om af en toe stil te staan voordat je de volgende trede neemt. Anders kan een drive te veel op prestatiedruk gaan lijken, en dan slaat die onrust om in krampachtigheid. Dingen moeten ruimte krijgen om te kunnen bewegen.'
Demoustier wordt dit jaar dertig. Ze heeft het gevoel dat ze samen met haar werk volwassen wordt. Waar ze in haar eerste voorstellingen vertrok van de anekdotiek van haar eigen leven, heeft ze haar blik nu verruimd. De aanleiding voor een artistieke zoektocht wordt nu meer bepaald door ontwikkelingen in de acualiteit, gecombineerd met een blijvend onderzoek naar hoe ervaringen en verhalen in lichamen worden opgeslagen en via lichamen worden doorgegeven. Betekent haar eigen verjaardag ook een kantelpunt voor haar werk? 'What Remains heeft dingen in gang gezet die mijn makerschap definiëren en die ik de komende jaren ga verdiepen. Ik wil voorstellingen maken die vertrekken van mijn artistieke visie, en die tegelijk een publiek kunnen raken.'
Raken begrijpt ze in de breedste zin van het woord. What Remains vertrekt van een ontroerende thematiek, die te maken heeft met dementie, Alzheimer, en het vergeten in het algemeen. In de stijl kiest Demoustier voor zich herhalende patronen van bewegingen, heldere, minimalistische frases die op elkaar inhaken, elkaar besmetten en dan verder uitdijen. Die komen tot stand binnen een donkere, geometrische scenografie die voor een toeschouwer bevreemdend en zelfs afstandelijk kan werken. Die keuze laat toe om hier en daar een extreem contrast te maken met felle kleuren en dromerige passages, bijna hallucinaties, die het geheel weer in een ander licht plaatsen. Muziek en geluid spelen een geheel eigen rol. Dat zal ook voor de komende voorstellingen zo zijn. 'Of ik nu achtentwintig of dertig ben, maakt weinig verschil. Maar ik wil wel op dit elan verder gaan. Ik heb een manier van werken gevonden die bij me past en een stijl die me typeert. Bovendien heb ik het geluk om met erg fijne mensen samen te werken die ik vertrouw. Als ik dan met dezelfde mensen koffie kan drinken en van de zon genieten, dan prijs ik me gelukkig. De opera bestormen is daarvoor geen voorwaarde.'
De Zuid-Franse zon zakt verder over haar boog naar het westen en kleurt de lucht boven Marseille zachtroze. Terwijl ze overeind komt en haar rug naar de opera toedraait, vertel ik haar dat ik geboren ben op het lied 'Breek de stilte' van Stef Bos. 'Stilte bestaat niet. Net zoals er geen nulpunt bestaat. Gelukkig maar. Dat zou ons krankzinnig maken. Stilte bestaat alleen uit de leegtes tussen het geluid. Daaruit wordt alles geboren. Luister.'
Hear the Silence gaat in première op 12 februari 2026 in de KVS.