
Op 21 september gaat in Théâtre de Liège Barber Shop Chronicles in première. Junior Mthombeni en Michael De Cock wagen zich aan een “continentale versie” van het origineel van toneelschrijver Inua Ellams, dat furore maakte in het Verenigd Koninkrijk. Théâtre de Liège sprak met Junior Mthombeni over deze bijzondere bewerking.
Na vele samenwerkingen met theaterauteur Fikry El Azzouzi (Dear Winnie, Malcolm X), grijpt u nu naar het stuk van de Brits-Nigeriaanse schrijver Inua Ellams, Barber Shop Chronicles. Wat overtuigde u om deze tekst te ensceneren?
"Toen ik een volledig vrouwelijke cast op het podium bracht om het uitzonderlijke verhaal van Winnie Mandela te vertellen, voelde ik een enorme energie die ik bijzonder mooi vond. Na dat werk met enkel vrouwen, was ik nieuwsgierig naar wat het tegenovergestelde zou opleveren. Ik had de drang om vooral het verhaal van zwarte mannen te vertellen. Ik wilde dieper ingaan op hun psychologie, op de psychologie van wat we “zwarte mannen” noemen. En dan is er natuurlijk de kwaliteit van Inua’s schrijverschap. Ik heb mezelf altijd beloofd dat, wanneer ik een reeds geschreven stuk ensceneer, ik zo dicht mogelijk bij het verhaal en de vertelwijze blijf. Toen ik Barber Shop Chronicles las, kon ik me er meteen mee identificeren. Het voelde heel nabij."
U verwijst naar de tekst; gaat u nauw samenwerken met Inua Ellams om zijn stuk aan te passen?
"Inua en ik kennen elkaar nog niet goed; we hebben vriendschappelijke uitwisselingen, delen af en toe informatie, maar het idee is om het stuk te transponeren: van een Engelstalige context naar een Franstalige. Die transpositie kan niet zonder zijn hulp. In de oorspronkelijke versie speelt het verhaal zich af bij barbiers in Londen, Lagos, Accra, Johannesburg en andere Afrikaanse steden. Wij willen dat vertalen naar een Franstalige context: Londen wordt Brussel, Lagos wordt Kinshasa, enzovoort. Dan bekijken we de verschillen tussen Franstalige en Engelstalige gemeenschappen; hoe taal die gemeenschappen beïnvloedt, hen kleur geeft. Wat zijn de specifieke kenmerken? We werken samen met dramaturgen om zo nauwkeurig mogelijk te zijn. Tegelijk merkten we tijdens de eerste leesproeven met Franstalige acteurs (zonder aanpassingen) dat er ook veel overeenkomsten zijn: in de manier van spreken, de humor, de relaties met ouders. Daarbovenop komen kleine aanpassingen: in het stuk praten ze bijvoorbeeld over Mandela. Wie zou Mandela kunnen zijn in een Franstalige context? Patrice Lumumba? Moet dat vertaald worden? Het gaat om het vinden van het juiste evenwicht: wat moet veranderen, wat mag blijven. Dat bespreken we met Inua."
Bij het lezen van het stuk valt meteen de kracht van de taal op. U besteedt altijd veel aandacht aan het lichaam in uw voorstellingen. Hoe verzoent u die twee elementen?
"Wat ik zo mooi vind aan Inua’s stuk, zijn de overgangen. Bij het lezen hoor ik een constante cadans, een melodie die door het hele stuk loopt, zelfs al wordt er veel gepraat. Er zit een ritme in dat voortdurend aanwezig is. Daardoor is het vrij vanzelfsprekend om er dans en beweging in te verweven; taal en ritme zijn immers verbonden, dans kan in de taal zelf aanwezig zijn zonder dat het lichaam altijd in actie komt. Barber Shop Chronicles voelt als slam poetry: een regelmatige pulsatie die van begin tot einde meegaat. Dat is het materiaal waar ik mee wil spelen om een bijzondere energie op scène te brengen."
De muziek zal dus een belangrijke rol spelen?
"Ja, absoluut. Hoewel het in dit stuk wat moeilijker zal zijn, droom ik van live muziek. Muzikanten op scène zijn voor mij essentieel. Live muziek brengt een totaal andere energie: geen herhaling van een bandje met telkens hetzelfde geluid, maar een theatrale dimensie die van dag tot dag kan variëren. Muziek en dans gaan door het lichaam, tillen ons naar andere niveaus. Taal werkt vooral via de geest, muziek via het lichaam. Muziek verbindt die twee elementen. Bovendien zie ik het stuk graag als een muzikale partituur. Dat vind ik prachtig. Muziek is een deel van mijn identiteit; een manier van communiceren die emoties en herinneringen op een andere manier oproept."
U werkt dit keer met een volledig mannelijke cast, maar u wilt toch een vrouw toevoegen. Waarom?
"We weten nog niet precies hoe, maar het is duidelijk dat het binnenbrengen van een ‘indringer’ de energie verandert. Ik hou van dat idee: een nieuw element toevoegen en zien wat er gebeurt. Het verplaatst de perspectieven. Afhankelijk van de context en de personen krijgen woorden een andere betekenis. Dat wil ik onderzoeken: hoe een ander, extern oog de dingen kan veranderen."
In Barber Shop Chronicles hebben barbershops bijna de functie die cafés in Europa hebben: een plek waar mannen praten.
"Dat doet me denken aan een anekdote van Inua. In veel Afrikaanse samenlevingen zijn er weinig plekken waar mannen over persoonlijke problemen kunnen praten. Daarom was er een project om kappers een basisopleiding te geven, zodat ze konden luisteren en advies geven. Barbershops werden zo plekken voor zorg en gesprekken. Vanuit dat idee is Barber Shop Chronicles ontstaan. Cafés hebben een gelijkaardige rol; men zegt weleens dat obers de nieuwe psychologen zijn (lacht). Toen we café Jambo hadden, was dat ook een plek waar de Afrikaanse diaspora elkaar ontmoette. Een huis, een plek voor gesprekken, ontmoetingen en ook botsingen. Die analogie herken ik sterk."
Gaat de scenografie dan een mix zijn van café en barbershop?
"Ik hou veel van het oorspronkelijke idee van de barbershop. Dat wil ik behouden. Het stuk is duidelijk: het speelt zich daar af. Ik wil me dit keer aan die traditie houden, zodat ik meer ruimte heb om andere aspecten te verkennen: de link tussen taal en dans, de interacties. De barbershop blijft de kern."
Kan het theater ook zo’n ontmoetingsplek worden?
"Dat is het ideaal waar ik naar streef. Maar het theater als instituut moet daarvoor zelfreflectie doen. Veel zwarte mensen ervaren theater niet als een eigen plek, niet als een veilige haven zoals een barbershop. Het is onze taak dat te veranderen. Eerlijk gezegd voel ik mezelf soms ook nog de enige zwarte in de zaal. Het theater is niet vanzelfsprekend een plek waar ik mijn verhalen kan delen. Daarom is Inua’s stuk zo belangrijk: om dat te veranderen. In Brusselse salons zie ik Noord-Afrikanen, zwarten en blanken samen praten. Daaruit ontstaan nieuwe dingen, nieuwe samenlevingen. Het theater moet zo’n plek worden."
Wat ontbreekt er nog om dat mogelijk te maken?
"Vooral de manier waarop we diversiteit ontvangen. Theater mag geen elitaire plek blijven. Barber Shop Chronicles verwelkomt iedereen. Iedereen kan zeggen: “Dit is mijn verhaal!” Dat is essentieel. Theater moet een huis worden voor allen. Niet van boven naar beneden, maar horizontaal: op gelijke voet. Dat is niet gemakkelijk, maar noodzakelijk. En het is geen kwestie van één voorstelling programmeren “voor de zwarten”. Dat werkt niet. Het gaat om het samen bouwen van iets duurzaams. Nieuwe verhalen vertellen. Onze verhalen zijn nog te vaak homogeen, ook al verandert dat stilaan. Inua’s tekst opent nieuwe perspectieven, leert ons de geschiedenis vanuit andere standpunten. Dat is zo belangrijk: nieuwe werelden openen. Uiteindelijk is een mens in de eerste plaats een mens. Zo vanzelfsprekend, maar we moeten het blijven herinneren. Dit prachtige stuk breng ik met trots op het podium!"
PROMOCODE VOOR KVS-BEZOEKERS
De voorstelling in Luik meemaken? Met de promocode 25BBSKVS26 kan u als KVS-bezoeker voor 23 euro (i.p.v. 32 euro) gaan kijken, op elke speeldatum, uitgezonderd de première (23, 24, 25, 26 & 27 september).