Wie zoekt, die vindt

Kunst in tijden van oorlog

Michael Disanka en Valentijn Dhaenens: twee getalenteerde theatermakers met een indrukwekkende carrière uit twee verschillende continenten, maken zich klaar voor een bijzondere voorstelling volgend seizoen in KVS. Met Je suis l’acteur de la poésie de ma mère speelt Disanka  zijn eerste echte ‘seul en scène’ en gaat hij via poëzie op zoek naar de culturele erfenis en ziel van zijn moeder. Dhaenens die de wereld rondreisde met solo’s als DegrotemonD en DeKleineOorlog gaat voor het eerst écht aan de kant zitten en maakt zich klaar voor zijn eerste regie in Powerplay.

Hoe verschillend beiden ook zijn, allebei gebruiken ze theater om de complexe wereld waarin ze leven te begrijpen. Die wereld staat behoorlijk in brand wanneer we dit gesprek voeren. Met conflicten en oorlog in Goma en de rest van Oost-Congo, en rebellen die claimen de stad te hebben ingenomen, is dat dan ook het allereerste gespreksonderwerp. 

Interview door Michael De Cock – 

Michael: “Het is schrikken, ja. Ook al is het heel moeilijk om vanuit Kinshasa echt te begrijpen hoe de toestand daar nu precies is. Het is niet de eerste keer dat de rebellen ginds binnenvallen. Deze situatie blijft zich de laatste dertig jaar maar herhalen. Congo wil onderhandelen met Rwanda omdat iedereen weet dat zij hier achter zitten. Wat ik zo erg vind op internationaal niveau is dat de slachtoffers van gisteren de beulen van vandaag zijn. Het is niet het volk dat deze oorlog of conflicten wil. Zoals zo vaak gaat het om een minderheid, en zijn het onzichtbare krachten die het in gang zetten. En dit heeft natuurlijk alles met economie te maken. De regio is rijk en het gaat vooral om de kobaltmijnen. Het grootste deel van die mijnen is al door de rebellen bezet. Een maand controle over een mijn levert tot een miljoen dollar op.”

Dhaenens: “Ik was drie jaar terug in Goma … Ik heb er de voorstelling Vita Siyo Muchezo Ya Watoto gemaakt voor KVS, in een regie van Frédérique Lecomte. En een dagboek bijgehouden. Die reis was heel intens. We hebben er gewerkt met kindsoldaten. Ik heb er nog altijd een paar contacten met kinderen die met ons gespeeld hebben indertijd, en die deel uitmaken van de rebellen. Iemand stuurde me net nog een foto met een kalasjnikov. Dat is natuurlijk bijzonder confronterend. Heb jij ook vrienden die deel uitmaken van de rebellen?” 

Disanka: “Ik heb geen vrienden bij de rebellen. Ik ken bevriende artiesten die in Goma leven. Ik heb ze vanochtend nog gehoord. Het is moeilijk, maar ze houden stand zeggen ze. De lijken liggen er in de straten. Ik heb ook een oom die er woont en met zijn hele familie is moeten vluchten naar Kigali. Ik ben er heel geconnecteerd. Mijn vrienden gaan naar buiten wanneer ze kunnen en maken video’s. Dit is ook een oorlog die via het internet wordt gevoerd. En via communicatie. Zoals alle oorlogen. Veel mensen die ik ken vragen gewoon vrede. Ze hebben niks met de situatie te maken… dat maakt het erg moeilijk. Er zijn veel mensen die politieke belangen hebben en er zijn ook zoveel legers betrokken. Sarkozy had het ooit over de ‘balkanisatie’ van de regio. Hij suggereerde dat het best zou zijn de regio te splitsen. Maar dat zal Congo nooit laten gebeuren. Het is met andere woorden een geopolitiek conflict dat hier gevoerd wordt om economische redenen. En al dertig jaar lang hebben de groepen andere namen en leiders. Maar eigenlijk draait het altijd om hetzelfde.”

Dhaenens: “Is het ook in Kinshasa onrustig?”

Disanka: “Ik ben pas sinds gisteren terug uit Vancouver, waar ik was uitgenodigd om mijn voorstelling Géométrie de vies te tonen. Het is hier gespannen maar de toestand is onder controle. Er waren een aantal manifestaties. Die zijn intussen verboden omdat men toch vreesde dat het zou ontsporen. En verschillende ambassades hebben extra bewaking gekregen.”

Kunst in tijden van oorlog?

Dhaenens: “Ik probeer via kunst ook wel de wereld te begrijpen, want dat lukt me niet meer. Het gaat verschrikkelijk hard deze dagen met de wereld en er zijn tal van redenen om bezorgd te zijn. De situatie in Gaza, Oekraïne, al die globale conflicten. Wat doe en wat maak je dan? Ik ben op dit moment bezig aan een bewerking van de Mattheuspassie van Bach. Er zijn daarin vele perspectieven. Ik focus in het bijzonder op de koren. Die staan voor mij voor het volk, de mensen die de wereld niet meer begrijpen. En die volken vragen eigenlijk allemaal hetzelfde. Waarom is Jezus moeten sterven? En wat heb ík gedaan? Heb ik niet genoeg mijn best gedaan?”

De verrechtsing van de wereld neemt toe. Hoe kunnen we in ons vak dingen maken die andere dingen in beweging zetten of veranderen? De vraag wordt er alleen maar dwingender door.
 Michael Disanka 

Disanka: “Wat er gebeurt in de wereld raakt ons allemaal. En we voelen hoe de balans begint door te slaan. Dat spanningen zich vermenigvuldigen, alsof we op een keerpunt afstevenen. De verrechtsing van de wereld neemt toe. Hoe kunnen we in ons vak dingen maken die andere dingen in beweging zetten of veranderen? De vraag wordt er alleen maar dwingender door. Ook hier in Congo. Al het geld zal opnieuw naar oorlogen en conflicten stromen. Er zal minder geld in de maatschappij en in onderwijs geïnvesteerd worden. Laat staan in cultuur. Hoe kan de mens zich heruitvinden en oplossingen vinden… om mens te blijven, omringd door zoveel onmenselijkheid en ontmenselijking? Dat gaat voor mij ook over rouw en over eer betonen aan de overledenen, in regio’s als deze waar de dood gebanaliseerd wordt. Het lijken soms wel beesten die sterven. Levens zonder betekenis. Op een bepaalde manier probeer ik dat te herstellen, ook in de monoloog die ik ga maken over mijn moeder.”

Solo’s

Disanka: “Ik ben nu volop aan de tekst van de voorstelling aan het schrijven. Mijn eerste échte solo. Voor mij zijn er drie belangrijke lagen in het verhaal. Ik schrijf een gedicht voor mijn moeder die drie jaar geleden gestorven is. Dat is de eerste laag. Alle poëzie die ik in mij heb, al mijn auteurschap, heb ik van haar. Ik ben nog altijd in rouw omwille van haar dood, en in het theater kan ik mezelf reinigen of de mensheid cultiveren door op zoek te gaan naar haar en haar poëzie. De ‘Kassala’ is een onirisch gedicht dat je richt aan een dode of een levende. Een soort lamentatie. Ik stam af van het Kassai-volk. Ik heb intussen moeders ontmoet die die dichtvorm nog altijd beoefenen. Toen mijn moeder stierf, ben ik ook te weten gekomen dat haar huis vlak na de onafhankelijkheid bezet is geweest. Dat is de tweede laag. Ik ga terug op zoek naar het huis van mijn moeder en wil het over die tijd en die bezetting hebben – de link met de koloniale geschiedenis, zeg maar. Er is de verzwegen genocide die plaatsvond tegen de Baluba, het volk van mijn moeder, vermoord door de gendarmerie van Katanga. Ik verzamelde getuigenissen van mensen die dat toen allemaal hebben meegemaakt. En de derde laag is de poëzie van mijn moeder zelf. Mijn lichaam, mijn vertolking, is de bemiddeling van haar werk. Haar poëzie gaat mij optillen, boven het gewicht van die moeilijke geschiedenis van Congo.”

Dhaenens: “Klinkt als een indrukwekkend verhaal, en ik kijk nu al uit naar de voorstelling. Voor mij is een solo spelen het allermooiste wat er is. Je kan niet dichter bij een auteur komen dan als solist, en als je de tekst zelf geschreven hebt of schrijft dus bij jezelf. Je bent voor alles verantwoordelijk. Dat is spannend en heerlijk. Er is natuurlijk heel veel twijfel onderweg, en vaak ben je ook heel eenzaam. Maar toch. Ik doe niets liever dan dat in dit vak. Nu ga ik regisseren. Voor de eerste keer. Ik heb natuurlijk al ontzettend veel gemaakt, maar dan speelde ik ook altijd mee. Nu blijf ik aan de kant staan en regisseer ik Bruno Van Den Broecke en Andie Dushime.”

Wat kan en wat mag er nog vandaag? Er is zoveel veranderd het laatste decennium.
Valentijn Dhaenens
(c) Yaqine Hamzaoui 

Valentijn: "Het is dus een voorstelling met twee spelers, met knipogen naar het stuk Blackbird van David Harrower en de film Na de repetitie van Ingmar Bergman. Het gaat over een oudere acteur die ooit een relatie had met jong meisje en daardoor werd gecanceld. Hij wil daar een stuk over maken en stelt zich tijdens het repetitieproces vragen. Wat kan en wat mag er nog vandaag? Er is zoveel veranderd het laatste decennium. Je kan deze tijd haast in niets nog vergelijken met de tijd waarin ik afstudeerde. Toen maakte ‘iemand breken’ deel uit van een opleiding aan een toneelschool, om maar iets te zeggen. Dat is vandaag gewoon niet meer denkbaar, net als bodyshaming bijvoorbeeld. Ik ben nu aan het werk in de Studio in Antwerpen. Het is dus een vraagstelling naar de veranderende ethiek in ons vak en bij uitbreiding in onze wereld. Vorig jaar zat ik in een stuk met een jonge actrice die moest afhaken wegens burn-out. Daar heb ik me nadien heel veel vragen over gesteld. Ik probeer nog altijd te vatten en te begrijpen, … Daarom wil ik er nu met Andie en Bruno mee aan de slag. Met Bruno heb ik al bijzonder vaak samengewerkt in KVS. Net nog in Rexit!, en eerder in Jonathan. Andie ken ik van Horizon, dat we samen met Manuela Infante maakten. Het belooft een spannend proces te worden. En voor het eerst zal ik aan de zijlijn blijven. Maar daar heb ik heel veel zin in. En het gaat alweer over de wereld in beweging. En over manieren zoeken om die veranderende wereld beter te begrijpen.”