
De première van de Franstalige versie van Barber Shop Chronicles werd op 21 september op daverend applaus onthaald in Théâtre de Liège. Het originele stuk van Inua Ellams kende eerder groot succes in het Verenigd Koninkrijk en trok vervolgens op wereldtournee langs de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.
Ook Serge Rangoni, artistiek directeur van Théâtre Liège, zag het enorme potentieel van het stuk en nam het initiatief voor een samenwerking met KVS, met Junior Mthombeni en Michael De Cock als regisseurs. Een van de kernvragen op tafel: het originele stuk speelt zich voornamelijk af in landen als Engeland, Zuid-Afrika en Ghana; houden we ons letterlijk vast aan die oorspronkelijke verhalen? Of vertalen we het stuk naar het Europese vasteland en de Franstalige gemeenschappen in Afrika, zodat het dichter aanleunt bij de Luikse en Brusselse context?
Samen met auteur Inua Ellams kozen de makers voor die tweede optie. Ze besloten Barber Shop Chronicles – na de basisvertaling door vertaler-masterstudenten aan de ULiège o.l.v. Valérie Bada – een Frans jasje te geven. Kleermakers van dienst: Caroline Gonce, coördinator artistieke projecten bij Théâtre de Liège, de veelzijdige Senegalese historicus en denker Omar Ba, samen met acteur, muzikant en maker Junior Akwety – steeds in nauw overleg met de regisseurs. Dramaturg Gerardo Salinas ging met Omar en Junior rond tafel zitten en vroeg hen naar hun werkproces.
Hoe en op basis waarvan kozen jullie de verschillende landen?
Junior: “De selectie van de landen gebeurde op basis van de oorspronkelijke tekst van Inua. We hebben geprobeerd de subtiliteiten die hij wilde benadrukken terug te vinden en na te gaan in welke Franstalige landen soortgelijke verhalen of thema’s de kop opsteken. Al snel kwamen bepaalde landen duidelijker naar voren dan andere.
Daarnaast speelde de actualiteit een rol: toen Inua het stuk schreef, baseerde hij zich sterk op wat er op dat moment in de wereld gebeurde. Wij richtten ons op wat er in de Franstalige Afrikaanse media leefde, in onze respectieve landen, en namen die elementen mee in de dynamiek van de tekst.”
“Wat helpt, is dat je in Afrika, ondanks verschillen tussen landen en culturen, een vrij gelijkaardige maatschappelijke dynamiek terugvindt. Heel wat elementen klinken herkenbaar in zowel Engelstalige als Franstalige landen. Dat maakte het project vanaf het begin haalbaar: we konden een Franstalige versie maken door contexten, landen, personages, referenties en etnische achtergronden aan te passen. Dat bood veel kansen.”
Omar: “Inderdaad. In de originele tekst werden landen gekozen die ons mogelijkheden gaven. Inua hield ook rekening met de demografische vertegenwoordiging en relevantie voor het Britse publiek. Daarom zochten we in Franstalig Afrika zorgvuldig naar landen die correspondeerden: Burkina Faso, met zijn huidige politieke strubbelingen en de charismatische militaire president, verbonden met discussies over neokolonialisme en herinneringen aan Thomas Sankara; Congo (RDC), vanwege de link met België, het koloniale verleden en een goed vertegenwoordigde diaspora; Ivoorkust en Senegal, allebei met groot symbolisch kapitaal, een grote diaspora in Frankrijk, en historische parallellen met de Engelstalige landen uit het originele stuk.”
En wat met taalnuances en humor: hoe vertaalden jullie die?
Junior: “Taalnuances en humor zijn essentieel in Afrikaanse samenlevingen. Lachen, grappen maken, elkaar plagen – dat is een levendige dynamiek die sterk aanwezig is in onze samenlevingen. Het was dus niet moeilijk om dit ook in de Franse tekst te verwerken.
Wat taalnuances betreft, wilden we vooral de taaldynamieken van de gekozen landen begrijpen. In Kameroen heb je bijvoorbeeld ‘Frenglish’: omdat mensen er zowel Frans als Engels spreken, ontstond er een mengeling van die talen. Het was belangrijk om dat te behouden.
Daarnaast kregen de acteurs veel vertrouwen om dit verder te ontwikkelen. Zij kennen hun eigen land en cultuur het best en hebben een brede algemene kennis. We vertrouwden hen in het bevragen en bespreken van het taalgebruik, en het vereenvoudigen van bepaalde elementen, zodat het resultaat vloeiend bleef. Zo vonden we een mooi evenwicht, zowel op scène als in de tekst.
We integreerden ook een kleine parel uit Haïti in de tekst. We werkten een stevige basis uit, waarop we verder konden bouwen met de acteurs, die het stuk uiteindelijk dragen. Voor elk personage moest de taal zo vloeiend mogelijk zijn.”
Omar: “Ondanks de diversiteit is er geen afstand tussen de landen. Elk land heeft zijn eigen humor en nuances, maar de kern is vaak hetzelfde. De Afrikaanse diaspora deelt veel culturele codes dankzij muziek en internet. Frans is een rijke taal die zich aanpast aan culturele contexten, waardoor nuances kunnen doorwerken in woordkeuze, toon en accent. Tegelijk zijn de verschillen met het originele stuk duidelijk: geschiedenis, kolonialisme en culturele context zorgen voor unieke accenten, maar er is ook een gevoel van culturele affiniteit.”
Welke rol spelen lokale sociale accenten en de politieke context?
Junior: “In de oorspronkelijke tekst van Inua verwees hij al naar politieke en historische gebeurtenissen om thema’s te belichten of maatschappelijke processen te integreren. Politiek maakt deel uit van het leven van Afrikanen, in hun zoektocht naar een beter heden en een betere toekomst. Wij moesten dit onderwerp dus ook aankaarten – met humor, ernst en respect.
Tegelijkertijd konden we elementen uit de originele tekst behouden, terwijl we de lokale contexten – die sterk verschillen – respecteerden. Afrika bestaat uit duizenden stammen, talrijke talen, diverse culturen en uiteenlopende rijkdommen. Wanneer we het over accenten hadden, lieten we de tekst de basis vormen voor een personage; dat personage gaf op zijn beurt de basis voor een taal, een accent en een verhaal. Rond dit fundament bouwden we wat het meest natuurlijk aanvoelde in elk respectief land, met als ambitie de diepgaande subtiliteit van Inua’s tekst te bewaren: poëtisch en zorgvuldig geformuleerd, inclusief de nuances in accenten.
Alles was erop gericht om een natuurlijke gespreksdynamiek te creëren die steden als Yaoundé, Kinshasa, Abidjan of Dakar weerspiegelt, maar ook de Afrikaanse diaspora in Brussel. Het was een zoektocht naar gemeenschappelijke punten en het ontwikkelen van een continentaal thema dat betekenisvol is. Het hele proces verliep in compromis en dialoog met Inua, wat bijzonder verrijkend was.”
Omar: “Politiek en sociale context zijn niet alleen achtergrond, maar een fundamenteel onderdeel van de verhalen en de dynamiek in de voorstelling. Ze beïnvloeden de levensomstandigheden en bepalen hoe mensen dagelijks worstelen om te overleven. Voor velen is dat ook een reden om te migreren.”
Hoe weerspiegelt de voorstelling de diversiteit van diaspora’s en landen?
Junior: “De diversiteit van de Afrikaanse diaspora is volop te zien in de barbershops van Matonge in Brussel, waar Senegalezen, Ivorianen, Kameroenezen, Congolezen en mensen uit Burkina Faso samenkomen. Deze verscheidenheid komt duidelijk naar voor in de acteurs zelf, elk met een andere achtergrond.
Ook binnen de verschillende landen zelf worden personages divers gespeeld. Er is een palet aan speltechnieken en stijlen die de dynamiek van de verschillende landen laten zien. Zoals in elke samenleving zijn mensen verschillend, maar samen vormen ze een gemeenschappelijke dynamiek en stadscultuur.”
Omar: “Klopt, barbershops zijn micro-eilanden van het Afrikaanse continent. Mensen van verschillende nationaliteiten ontmoeten elkaar of werken samen in deze ruimtes, waardoor de diversiteit van landen en culturen zichtbaar wordt.”
Hoe werden de acteurs geselecteerd en betrokken?
Junior: “De selectie gebeurde door het artistieke team, regisseurs Junior Mthombeni en Michael De Cock. Ik had het geluk om alle acteurs te ontmoeten, de meesten hadden audities gedaan, en hun verlangen om deel uit te maken van dit verhaal raakte me diep.
Ze werden vanaf het begin betrokken bij het creatieproces. Tijdens de eerste lezing stelden we hen vragen over de geloofwaardigheid van de personages en hun verhaal. De acteurs deden intensief onderzoek naar accenten en taalgebruik, en droegen actief bij aan de ontwikkeling van hun personages. Dit was een zeer proactief proces met constante uitwisseling tussen dramaturgie, scenografie en regie.”
Hoe werd de energie en de toon van het stuk bepaald?
Junior: “De toon en energie werden sterk bepaald door de generositeit van de groep acteurs. Er was een eerlijk verlangen om emoties te delen en broederschap op te bouwen. Het stuk draagt die essentie: zorg dragen voor het verhaal, zodat het betekenisvol is en impact kan hebben.”
Omar: “De toon en energie werden al tijdens het schrijfproces gezet. Elk personage kreeg een eigen stem, kleur en diepgang, wat het voor regie en dramaturgie makkelijker maakte om tijdens het creatieve proces verder te bouwen. Het eindproduct bleef trouw aan de energie van het originele stuk, maar kreeg een nieuwe context en unieke signatuur: explosief, diep en licht, een mozaïek van gevoelens.”